De man met de bloemen

Jaren geleden las ik een artikel over de gevolgen van roken. Het schijnt dat wanneer je vóór je veertigste stopt, dat je daar op latere leeftijd nauwelijks nadelige effecten van ondervindt.
Vorige maand werd ik veertig.

In de Albert Heijn sta ik in de rij voor sigaretten. Deze ochtend werkt Fransje achter de toonbank (ik mag Fransje zeggen). Ze helpt een jonge moeder aan twee pakjes Stuyvesant. Voor me staat een man met een stevige snor. De uiteinden van de donkergrijze snorharen zijn lichtbruin. Hij houdt een bosje bloemen vast.
De jonge moeder volgt de bewegingen van haar vrolijke zoontje. Die kleine staat een meter naar rechts en wijst naar de bontgekleurde aanstekers achter het display van plexiglas. Hij brabbelt een paar lettergrepen. Fransje lacht naar het ventje.
“Afblijven. Gevaarlijk,” zegt de moeder, maar het lijkt alsof de wijsvinger van haar zoon tegen het plexiglas is gelijmd. Ze pakt de mouw van zijn jas en trekt hem naar zich toe.
Na het afrekenen zwaait Fransje naar hem. Hij zwaait terug en bekijkt haar aandachtig. Een ondeugende grijns verschijnt op zijn snoet. Ik snap dat wel. Fransje heeft namelijk een heel knap gezicht en ze is altijd bijzonder vriendelijk. Over een jaar of twee gaat ze met pensioen (dat heeft ze me een keer verteld) maar dat zie je er niet aan af hoor. En ik weet zeker dat meer mensen het zeggen, dat ze er nog zo goed uitziet.
Sinds ik hier boodschappen doe, staat Fransje op doordeweekse ochtenden achter de servicebalie. Ik koop mijn tabak het liefst bij haar.

Dan is de man met de bloemen aan de beurt. Hij legt het bosje op de toonbank. Met de andere hand pakt hij zijn portemonnee.
“En een pakske…”
“Ach, wat lief. Had u niet hoeven doen,” onderbreekt Fransje hem. Ze knippert een paar keer met de ogen.
“En een pakske Jacobs mee Mascotte,” zegt de man. Zijn toon steekt af tegen het fleurige boeket. Hij opent zijn portemonnee, pakt een briefje van twintig en reikt het aan. Fransje kijkt er naar.
“En een pakske Jacobs mee Mascotte,” zegt hij nu met iets van strengheid. Voor de tweede maal hangt een moment van stilte over de toonbank.
Ik zie alleen zijn achterhoofd, maar het is duidelijk dat hier geen dolletje wordt gemaakt. De man heeft niet in de gaten wie hij voor zich heeft.
Het eeuwig vrolijke gezicht van Fransje is inmiddels omgeslagen naar een dodelijke blik. Zelfs in het immer gemoedelijke Brabant bestaan grenzen!
Dan draait ze om en pakt de gewenste shag met vloeitjes uit het schap. Ze scant de producten en tovert de mooist glimlach terug op haar gezicht.
“Dan wordt het samen dertien euro vijfenveertig, alstublieft. Zit er een cadeautje bij?”
De man gromt alsof iemand hem wakker maakt uit zijn middagdutje. Hij wappert nog eens met het briefje van twintig.
Fransje pakt het briefje aan en telt het wisselgeld uit.
“Alstublieft, meneer. En dan wens ik u nog een hille fijne middag.”
De man grist het bosje bloemen van de toonbank. Onderwijl hij naar de uitgang beent, stopt hij het wisselgeld in zijn broekzak.
Fransje kijkt hem nog even na. Ze fronst haar wenkbrauwen en schudt langzaam van nee.
Ik loop naar de balie. Met mijn hoofd wijs ik naar opzij, in de richting van de uitgang.
“Die heeft thuis iets goed te maoke denk,” zeg ik.
Fransje knikt en zegt: “En nie alleen toois denk.”
We grijnzen allebei.
Gelukkig maar.
“Voor jou hetzelfde, Emiel?”
“Heel graag,” zeg ik.
Ze pakt een kleine pot blauwe Pall Mall.
“Emiel, hedde gij nog hulzen genogt?”
“Heb ik nog. Dankjewel, Fransje.”
Tijdens het afrekenen denk ik aan de eerste keer dat we een praatje maakten. Het is al jaren geleden. Ik kwam vier sloffen Marlboro halen en zei:
“Hierna ga ik stoppen. Ik zweer het oe.”
Waarop Fransje zei: “Da zedde gij, joa.”
Toen schudde ze op dezelfde manier met haar hoofd zoals ze daarnet deed bij de man met de bloemen. Fransje zag het, dat ik het niet kan, dat ik zo sterk ben als een nat vloeitje.

Tijdens de wandeling naar huis loop ik een vrouw tegemoet. Van afstand is te zien dat ze hoogzwanger is. Een hand ligt op haar grote buik. Ze loopt rechtop, maar haar hoofd buigt naar de grond. Met kleine pasjes en haar benen iets uit elkaar, waggelt ze over de stoep. Haar lange onverzorgde haren deinen mee in het tempo van haar voetstappen. Omdat haar gezicht naar de grond wijst, zie ik alleen het puntje van haar neus.
Ze draagt een rood joggingpak over een wit shirt. Haar donkerblauwe Adidas-slippers slepen over de tegels.
Gezien de omstandigheden kun je zeggen dat ze goed bezig is. Even de benen strekken, een frisse neus halen. Ja hoor, ze is gewoon heel goed bezig.
Als we elkaar tot op een paar meter zijn genaderd, begint ze naar de stoep te wijzen. Dan hoor ik haar snel tellen: 72, 73, 74, 75…
Haar wijzende vinger beweegt nu mee met de oplopende cijferreeks. Eerst fluisterde ze, maar bij iedere pas die ze zet, neemt haar stemvolume toe. Met een plat Brabants accent roept ze nu bijna: 79, 80, 81, 82…
We lopen elkaar voorbij en mijn oog valt op de hand die op haar buikt rust. Een niet-aangestoken sigaret klemt tussen haar vingers. Stoïcijns telt ze door: 88, 89, 90, 91….

Het is niet moeilijk om een betekenis te geven aan deze opeenvolgende situaties, maar ik ben daar niet zo vatbaar voor. Toeval bestaat alleen als het goed uitkomt.

Thuis rook ik vier sigaretten. Daarna vind ik het tijd voor een middagdutje. Nu ik een volwaardige veertiger ben, durf ik dit soort lamlendigheid met droge ogen op te biechten.
Tijdens het uurtje op bed, droomde ik over een duet met Roxeanne Hazes. Het was geen toeval. De verklaring is zo simpel als boterkoek.
Roxeanne zong haar nieuwe singel bij DWDD. Levenspop of indieschlager, noemt ze het zelf. Het was een liedje over de liefde. Toevallig ben ik ook dol op bitterzoete popmuziek, en nog toevalliger behoren roodharige vrouwen met rondingen tot mijn favoriet. En als ze dan ook nog eens een goed lied zingt…
Enfin…
Ik droom wel vaker over muziek, maar het lijkt dan alsof een hypermoderne audiofilter alleen de sfeer en de intentie van het gespeelde doorlaat. Nergens een spoor van melodie of ritme, en toch maken de beelden het zo levensecht dat ik precies weet hoe het klinkt. Zo ook bij de droom over het duet met Roxeanne. Waarschijnlijk was het Nederlandstalig, maar geen woord dat mijn vermoeden kon bevestigen. Ons duet symboliseerde het vergeten leed en de hereniging van de liefde. Het was een echte kaskraker.
Ik had de eer het eerste couplet te zingen. Het tempo was langzaam en pianoakkoorden vulden de ruimte tussen twee zinnen. Het optreden speelde zich af in een setting die ik tijdens het dagdromen wel eens inbeeld: Een breed en hoog podium met een grote line-up. Alleen de beste muzikanten zijn door de strenge auditie gekomen. Ik zie een zeskoppig achtergrondkoor en naast de drummer staat een percussioniste. Ze is slank en heeft een grote bos wilde krullen. Natuurlijk draagt ze een hemdje met tijgerprint, want alle vrouwelijke percussionisten dragen een tijgerprint.
De lichtshow begint rustig. Meer dan een draaiende discobol en een volgspot is niet nodig. Ik zit op een barkruk met één voet aan de grond, in een Italiaans op maat gesneden pak en glimmende schoenen. Manchetknopen, vier ringen aan mijn linkerhand, alleen de ringvinger moet het zonder doen.
Tijdens de brug komt het podium tot leven. Het tegenlicht maakt een silhouet van mij. Een lensflare zorgt voor prachtig beeldmateriaal.
Dan ga ik staan en steek een hand uit naar de andere kant van het podium. Alsof de topjes van mijn vingers magische krachten bezitten, worden prompt drie volgspots gericht op het punt dat in het verlengde ligt van mijn wijzende hand.
“Ladies and gentleman! Misses Roxeanne Hazes!”
Op de seconde nauwkeurig stapt Roxeanne in de witte lichtbundels. De stadionverlichting springt aan en de volgepakte tribunes juichen en gillen bij het zien van haar verschijning op de gigantische videoschermen.
Goddamn…
Het podium wordt nu volledig in het licht gezet. De band zwelt aan en de drummer luidt het tweede couplet in met een drumfill in triolen.
Terwijl Roxeanne haar warme stem laat horen, loopt ze langzaam naar het midden van het podium. Om de andere pas, slaat de hoge spit van haar donkerblauwe avondjurk open waardoor een lange reep van haar been wordt blootgegeven. Vuurrode haren bewegen langs haar blote schouders. Hoge klassieke pumps maken haar elegant en sexy tegelijk. Te veel sieraden zouden afbreuk doen aan haar schoonheid. Alleen een dun glinsterend enkelkettinkje eist mijn aandacht op. Mijn ogen dwalen langs haar kuiten, langs haar knieën en door naar haar bovenbeen. Door naar het naakt van haar stevige dijen achter de vleeskleurige glanspanty.
We kijken elkaar aan en glimlachen.
Toen werd ik wakker.
Dat heb ik altijd als het leuk begint te worden.

Lange tijd was Eefje de Visser mijn ideale partner voor een duet. Niet dat ik haar aanbod zou afslaan. Absoluut niet! Maar als ik moet kiezen, dan kies ik Roxeanne.
Definitely Roxeanne.

Advertisements
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Prettig weekend!

Een goede vriend en ik zitten op het terras. We drinken bier en eten bittergarnituur. Dan komt Noord-Korea ter sprake.

‘Soms maak ik me wel een beetje zorgen hoor.’
‘Stel je niet aan,’ zegt de goede vriend.
‘Stel dat het uit de hand loopt. Wat dan? Nou?’
‘Allemaal losse flodders. Het is gewoon een soort toe of doedie‘.
‘Je neemt het niet serieus.’
‘Ik heb een idee! Zullen we nog een schaaltje bittergarnituur bestellen?’
‘Verdomme!’ zeg ik met een pets op tafel.

We zijn even stil.

Ik weet het wel, dat hij gelijk heeft.
Het is vrijdag. Iedereen zit gewoon gezellig aan het bier.

bier 2

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Powned geeft toe: ‘Vluchteling maakt kennis’ is ondraaglijke lichtheid

Vorige week vierde ik de zegetocht van ironie en satire. Deze week valt er nog iets te vieren want het ganse land staat zij aan zij in het bekritiseren van een smakeloos nieuwsbericht van Powned. Ik vind het belangrijk om dit soort momenten blijvend te herinneren.

Kritiek en begrip
Gisteren verscheen de analyse van Özcan Akyol in het AD met de titel: “In medialand moet alles over de top, het liefst over een ethische grens”. Ik vond het een ijzersterke column.
Akyol is kritisch: “Wat bij PowNed systematisch valt te bespeuren – ondraaglijke lichtheid – geldt bijna voor iedereen in Nederland die het rechtse gedachtegoed wil verspreiden. Het gaat niet om een intellectueel discours, maar om het choqueren, lekker laten zien wat allemaal kan en mag”. 
Maar hij toont ook begrip voor de situatie: “Iemand die rechts en redelijk denkt wordt nog steeds volledig aan zijn lot wordt overgelaten”.

Slachtoffer tegen slachtoffer
De discussie is geen discussie meer. Het is niet meer links tegen rechts. Het zijn de moralisten tegen de anti-moralisten, het is Deug-66 tegen de Partij voor de Vermicelli, de wegkijkers tegen de realisten, de andersdenkenden tegen de linkse elite, de tokkies tegen de grachtengordel, de pessimisten tegen de roeptoeters, de opstandelingen tegen het volk, journalisten tegen opiniemakers, de brave burger tegen toonpolitie, SJW tegen VVMU en rechtse communisten tegen linkse conservatieven. Het is slachtoffer tegen slachtoffer, en de waarheid tegen de waarheid. Een tussenweg lijkt haast onmogelijk.
De “discussie” wordt gekenmerkt door schoolpleinretoriek, zo van:
– Ik vind jou stom!
– Je bent zelf stom en ik vind jou niet leuk!
– Je bent zelf niet leuk en dat vind ik!
– Dat mag jij vinden maar ik heb gelijk!
– Niet!
– Wel!

De koning van de meta-ironie
Met de ophef rond Cliteurs column van vorige week nog vers in het geheugen, is TPO-eindbaas Bert Brussen nog steeds bezig om zijn lezers er van te overtuigen dat hij de koning van de ironie is. De creatieveling kopieert de column van Özcan Akyol, en vervangt “rechts” met “links”. Hij lijkt vooral duidelijk te willen maken dat zijn mening wordt onderdrukt door “stalkende anonieme nitwits”. Tevens bevestigt Bert wat Akyol noemt “de onkunde van conservatieve media”. Ik steun de bevinding van Akyol, want een inhoudelijke bijdrage aan het debat, is op TPO zo zeldzaam als de Tibetaanse tijger. Maar het mag en het kan. TPO krijgt geen subsidie van de staat, dus alles voor de hits.
Je kunt het artikel ironisch opvatten, je kunt je ook afvragen of Bert het licht van de zelfspot heeft gezien.
Ik kies voor allebei.

Authentieke satire en oprechte ironie
Maar Powned is vandaag weer in het nieuws. De vluchteling in de rubriek ‘Vluchteling maakt kennis’ is geen vluchteling maar een acteur. Eindbaas Dominique Weesie verklaart dat de in opspraak geraakte rubriek – hou je vast – satire is. Op TPO reageert hij aanvullend: “Het was een satirische rubriek, waarin we een ieder die nogal huiverig staat tegenover vluchtelingen een spiegel voorhouden over hun eigen bekrompen gedrag”.
Je kunt Weesie geloven op zijn woord, je kunt het ook ironisch opvatten. Of iets er tussenin, dat kan natuurlijk ook.

Ik kende de rubriek niet, dus hoe ik het zonder deze wetenschap had beoordeeld, is lastig inschatten. Nu kan ik niet anders dan lachend huilen.

De betreffende acteur heeft ontslag genomen bij de omroep. Hij voelt zich misbruikt.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

NS geeft toe: “Genderneutraal aanspreken is ironisch bedoeld”.

Ironie, ik ben er fan van. Satire, cynisme, persiflage en sarcasme, ik vind het allemaal fantastisch. Naar aanleiding van een aantal publicaties concludeerde ik dat de stijlfiguren multifunctioneel zijn.
Het chronologische verslag van een zegetocht.

Dinsdagmiddag 1 augustus 2017
Journalisten Esther Voet en Annabel Nanninga deden in 2015 aangifte van doodsbedreiging. Een destijds 18-jarige jongen twitterde anoniem: “Mag ik een prijs van €100 duizend uitreiken voor degene die mij het hoofd van @ANanninga en @Esther_voet brengt”.
De zaak werd dinsdag jl. behandeld en de advocaat van de bedreiger meldt dat zijn cliënt een grapje maakte, dat hij het satirisch bedoelde. Het was een reactie op een tweet van het duo.
De rechter besluit onderzoek te doen naar de context waarin de berichten van zowel de bedreiger als de berichten van Voet en Nanninga waarop mogelijk werd gereageerd.
Ik vind daar nogal wat van.

Rond dezelfde tijd
publiceert The Post Online een podcast met Roderick Veelo en Bert Brussen. Genderneutraal aanspreken staat op de agenda en Bert waarschuwt zijn publiek al schuimbekkend, dat de NS met “Beste reiziger” een eerste stap zet richting een totalitaire regime zoals in Orwell’s 1984. De taal- en gedachtenpolitie staan op de stoep! De passie waarmee Brussen zijn luisteraars toespreekt, is behoorlijk geloofwaardig. Als je de achtergrond van TPO niet kent, kun je vermoeden dat het einde van de wereld nabij is.

The Post Online is de werkgever van Nanninga. De nieuwssite verwelkomt ongeveer 1 miljoen bezoekers per maand. TPO is, naar eigen zeggen, een platform zonder ideologie en dogma’s, opererend onder het motto: ‘Voorbij het eigen gelijk.’
Politiek, maatschappij en cultuur zijn de meest voorkomende onderwerpen. De redacteuren maken (niet altijd) gebruik van ironie, humor en sarcasme waarmee ze het motto ondersteunen. De woordgrappen kun je zowel lachwekkend als tenenkrommend opvatten. Reacties op het nieuws van TPO geven aan dat het platform ook serieus wordt genomen. In hoogoplopende discussies vechten voor- en tegenstanders om de waarheid. Je hoeft het niet te lezen, zo luidt het advies van CEO Bert Brussen. Ook Nanninga verdedigt haar columns door ironie en satire te claimen.

Maar als ik gegarandeerd wil lachen, dan surf ik naar De Speld.
De Speld is er puur voor het vermaak. Deze grappenmakers gooien de context van actualiteiten compleet overboord en overspoelen het met ironie, satire en persiflage. Voor een dagelijkse portie schijtlolligheid zit je hier gebakken. (De Speld is mijn lievelings). Maar geloof het of niet, hordes mensen namen deze satire bloedserieus. Tegenwoordig gaat het een stuk beter.

Woensdag 3 augustus
TPO publiceert een spraakmakende column van Paul Cliteur. De hoogleraar staat vooral bekend om zijn duidelijke mening aangaande migratieproblematiek. In dit artikel waarschuwt hij voor occidentofobie (haat tegen de westerse cultuur). Niet alleen radiale moslims in het Midden-Oosten en Europa, maar ook autochtone Nederlanders haten hun cultuur en dat moet gestopt worden met draconische maatregelen zoals een (en nu komt het) taal- en gedachtenpolitie.
Logische vraag: Wordt Bert Brussen door Cliteur in de zeik gezet, of zitten ze samen op het toilet? (een rijmgrapje, ha ha)

Half Nederland gaat met elkaar in discussie om die vraag te beantwoorden. Het is een soort wedstrijd van de zogenaamde ‘deugbrigade’ tegen de zogenaamde ‘tokkie-elite’. Het gaat er stevig aan toe. Bert Brussen strooit her en der met doodsbedreigingen. Ironisch bedoeld natuurlijk.

Die avond
reageert Rob Wijnberg met een column op De Correspondent. Hij vermoedt dat Cliteur provoceert om een discussie op gang te brengen. Zeker weten doet hij het niet: “Iets diep in mij hoopt oprecht dat Cliteur hiermee een stukje satire heeft bedreven, maar afgaande op de bloedserieuze reacties eronder, onder andere van TPO-hoofdredacteur Bert Brussen, vrees ik het ergste.”

Donderdag vroeg in de ochtend
verschijnt in Elsevier een interview met Cliteur waarin hij nogmaals uitlegt wat occidentolomie is. De gevreesde taal- en gedachtepolitie laat hij dit keer achterwegen. Over ironie en satire wordt niet gesproken.

Dan
mengt Bert Brussen zich in de discussie met een artikel waarin hij de kont van de moeder van Wijnberg vergelijkt met die van een wit paard. Daaronder plaatst hij een enquête met de vraag of deze vergelijking (en/of Cliteurs column, dat mag je zelf bepalen) ironisch moet worden opgevat.
Ook Nanninga heeft inmiddels uit betrouwbare bron vernomen dat Cliteur een geintje heeft uitgehaald. Ze reageert op Twitter:
“LOL. Domme @robwijnberg. Lees eens ‘islamofobie’ voor ‘occidentofobie’. Met #boter & #suiker, lieverd.”

Lieve mensen, het was maar een grapje. Trek eens aan m’n vinger! Ha ha! Natuurlijk hoeft niemand te vrezen voor taal- en gedachtenpolitie van Cliteur, ook niet voor die van Bert. Eerst was het serieus, nu is het ironie. Gewoon een woordje vervangen met ctrl+H. Niks aan de hand. Echt niet.

Enfin…

De spanning stijgt want Cliteur heeft de geclaimde ironie nog niet bevestigd.

De uren daarna
duikelen opiniemakers over elkaar om collega’s en concurrenten er van te overtuigen dat ze heus wel begrepen dat Cliteur een grapje maakte. Allemaal lachen ze het hardst om de val waarin het zogenaamde ‘Social Justice Warriors’ zijn getrapt. Maar ze houden ook allemaal een slag om de armNatuurlijk, ik weet niet of Paul Cliteur écht een partij 4D-schaken aan het spelen is hier. Misschien is hij wel oprecht aan het radicaliseren dan wel dementeren. Maar het resultaat mag er zijn. De dubbele maatstaven zijn in ieder geval weer eens mooi zichtbaar.
Want stel dat het geen ironie is, dan moet je nog wel kunnen aantonen dat je aan de goede kant staat. Dat is logisch.

Donderdagavond publiceert iemand dit artikel.

NS geeft toe: Genderneutraal aanspreken is ironisch bedoeld.
“Alsof dat handjevol transgenders ons uit de rode cijfers gaat halen,” grinnikt Ernst-Jan van Bennekom, de topmanager van het vervoersbedrijf.
“Als je ‘minder deftig’ leest voor ‘genderneutraal’ dan begrijpt zelfs een ezel wat we bedoelen. Tjonge jonge zeg… wat een mongolen.”
Op de website van de NS staat inmiddels een aankondiging van de MinderMinder-vertraging-campagne.
“Negatieve publiciteit is ook publiciteit!”
zegt van Bennekom. Een hoestbui barst in hem los. Hij pakt zijn buil zware shag om er eentje te draaien.

Einde bericht.

100.000 wortels
Intussen wachten we nog steeds op een officiële reactie van Cliteur zelf. Het is net als in de zaak van Voet/Nanninga, waar de rechter nog moet beslissen of de satire van de bedreiger en de aangeefsters terecht wordt geclaimd en toegewezen.
En daarom vind ik deze zaak zo interessant en zo… zo ironisch.
Een lastige zaak is het niet, want er is jurisprudentie. De bedreiger van Pechtold werd in hoger beroep veroordeeld tot vier weken cel, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De dader schreef op facebook: “Pechtold, je moet n kopschot hebben.” en plaatste daarbij een foto van een vuurwapen. In deze zaak zijn ironie en satire niet ter sprake gekomen en de bedreiger stelde geen vraag. Vanwege deze verschillen is dit misschien geen duidelijke jurisprudentie en zal de rechter wellicht een nieuwe afweging moeten maken voor wat betreft de hoogte van de straf voor de bedreiger van Voet en Nanninga. Reuze spannend!

Ergens begrijp ik het verweer van de bedreiger wel. Niet dat hij onschuldig is, maar iedere kip voelt aan dat de ironie van zijn tweet druipt. Ik bedoel: De hele wereld heeft zes seizoenen van The Sopranos de tijd gehad om te weten dat een moord op bestelling geen 100.000 euro kost? Als je ‘100.000 wortels’ lezen voor ‘100.000 euro’ dan wordt het een heel ander verhaal.

We kunnen stoppen met het vechten om de waarheid. Discussiëren is niet meer nodig. Schoppen en slaan heeft geen zin. Beledigen en bedreigen is voor watjes.

Ironie gaat verder waar de vrijheid van meningsuiting stopt.
Een mening is waardeloos zonder ironie.
Blof heeft een nieuwe singel: “Alles is ironie.”
Wil je vliegen? Knip met je vingers en zeg “ironie.”
In 2020 betalen we met de iro.
Wie het eerst “IRONIE” roept, gaat door naar de volgende ronde.
Ironie is het beste argument én tegenargument.

Bestrijd ironie met ironie en win altijd.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Kom af naar Stilburg!

Sounds 29 6

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Spatelen in vrijheid

Als ik ooit een cafetaria ga uitbaten, dan kunnen mijn klanten kiezen tussen gepompte mayonaise of gespatelde mayonaise. Detail en nuance vind ik gewoon heel belangrijk, zeker als het om de mayonaise gaat.

Bovendien leven we in vrij land. Dus wie ben ik om te bepalen hoe iemand de mayonaise geserveerd wil krijgen. Keuzevrijheid is een goed recht en mijn cafetaria zou daarin uitblinken.

Als ik mag kiezen, dan kies ik voor de spatel. Er zit geen stylist in mij. Vraag me niet om perfectie te leveren. Ik hou van onvolkomenheden.

Pompen doe ik graag, maar ik ben een spatelaar.

pomp spatel

Image | Posted on by | Leave a comment

Opmerkelijk nieuws week 11:

Een willekeurige website met actualiteiten:

– Disney-prinsessen in rechtszaal
– Belg vangt karper… op straat
– Illegale slachterij op kinderboerderij
– Aapje veroorzaakt grote stroomstoring in Kenia
– Italiaan spreekt Frans na hersenbeschadiging
– Flamingo gespot bij Zuidlaardermeer
– Belgische bieren worden emoji.

Posted in Uncategorized | Leave a comment