Concertpianist of chirurg

“Blaas maar even op je hand… “.

Ik dacht altijd dat je op je hand moest blazen zodat je niet begon te giechelen als de schooldokter aan je zak voelde. Tijdens het volgende speelkwartier was dit hét gesprek op de hoge klimtoren. “Heeft ze bij jou ook aan je ballen gezeten?” De hoge klimtoren was een strictly male area. Het was de plek waar lucifers geheimzinnig werden ontbrand en met zakmesjes werd gebluft. Ik heb er tevens shag leren draaien. Je mocht alleen op de hoge klimtoren als je minimaal in de eerste klas zat, anders werd je weg gepest. De eerste schooldag in klas 1 van de basisschool bezorgde dus ook mijn eerste gevoel van volwassenheid. Eindelijk een man geworden.

De schooldokter deed nog een laatste top-tot-teen check. “Je bent al een grote jongen voor je leeftijd”. Ze knikte tevreden naar m’n moeder dus ik was gerust gesteld. Als ik toen had geweten waar het fenomeen de schuine opmerking voor stond, dan nog had ik deze nóóit van mijn tong laten rollen onder deze omstandigheden. Flauwe grappen maak je niet als het om je gezondheid gaat. Net als een routineuze prostaat controle waarbij de huisarts vraagt: “Doet dit pijn”?  Dat doe je gewoon niet.

In tegendeel. Medici verdienen mijn allerhoogste waardering. Geen beroep ter wereld dat zo vakkundig wordt uitgevoerd. Medici zijn altijd kalm, vriendelijk en nooit chagrijnig. Een soort superras, als u mij toestaat. Als kleuter wilde ik chirurg worden. Concertpianist of chirurg wel te verstaan. De eerste TV uitzending met kijkoperaties hadden mij aan de beeldbuis gekluisterd.

Ik kwam in het ziekenhuis als ik weer een arm of been had gebroken. “Hallo Emiel, ik dacht al, wanneer komt ie weer ‘ns op bezoek. Eventjes kijken… ja…uhuh…uhuh … ja. Prachtig hoor. Dit noemen ze nou een mooie breuk”. Mijn röntgen foto’s waren de mooiste. “Tel jij maar ‘ns langzaam tot tien jochie, dan gaan we dit mooi repareren voor jou ”. Ik wist dat het bij 7 al kwam. Dit keer haalde ik de 11. Een nieuw record. Gips vond ik helemaal niet erg. Sterker nog, met name een gipsbeen was een echte lady killer. Binnen een paar uur hadden alle meiden hun naam op mijn been gezet. Bijna allemaal met een kruisje erbij. Sommige zelfs 2 of 3. De rolstoel was binnen een week aan gort. Gips betekende milde ouders. Een tijd om je grenzen te verleggen.

“Het is me niet helemaal duidelijk waar je klachten vandaan komen. Bel maar even naar dit nummer voor een afspraak dan weten we volgende week wat er aan de hand is”. Een paar dagen later zat ik in de wachtkamer van zo’n sjieke kliniek in een enorm vrijstaand heren huis.

-“ Goedemorgen meneer…”. En wierp een snelle blik door de kamer. “Jongeman… één goedemorgen”. De specialist was een vrolijke flamboyante man van een jaar of 50 met een bruine ribjesbroek. Het stemde me goed. Er stond alleen een beeldscherm met toetsenbord, een bed en een soort van… Oooowwwww, dat is het. Ze gaan gewoon even kijken of het een jongetje of een meisje wordt! Ik had mezelf al 1000 keer langzaam in zo’n witte cilinder zien glijden. Wat een fantast…. Echt niet meer normaal. Hupsakee! Broek uit, glijmiddel erop en echoën met die handel. Ik probeerde een glimp van het beeldscherm op te vangen. De specialist zag het en draaide de monitor een paar graden. Zachtjes drukte hij op een paar toetsten.

“Blaas eens even heel hard op je hand… … … en laat maar los.”- Waarom moet dat eigenlijk?

Net als mijn huisarts was hij met mijn lies bezig en dat rijmde niet met mijn theorie over het handblaas commando. De darm zakt dan een stukje + 2 bloedvaten en dan de derde, nee de vierde links = liesbreuk. Iets in die richting was het. Bijna 30 jaar heb ik mezelf voor de gek gehouden… Op de hoge klimtoren klonk het gelukkig best geloofwaardig.

– En? Hij vormde zijn lippen alsof hij me een kusje wilde geven en sloot zijn ogen ongeveer een seconde. Bijna gelijktijdig. De lippen iets eerder. “Ik zal de uitslag naar je huisarts opsturen. Over 2 dagen kun je haar bellen voor een afspraak”. De dokter had me gerust gesteld.

Respect!

Het was dus gewoon mijn eerste spatader. Diep verborgen in mijn bovenbeen. En er zat een lichte bijbal ontsteking in de bonus. Ook de eerste. Vandaar dat de klier op m’n lies zo was geschrokken. Het gaat gelukkig allemaal goed met hem.

“En waar zit ie dan?”  Vrij snel werd het duidelijk dat het fysiek aanwijzen van de spatader voor de nodige hilariteit zou gaan zorgen. Redelijk vergelijkbaar met een vrouw die haar vriendinnen verteld dat ze een nieuw vriendje heeft. “Hij is gynaecoloog… …”. Dan weet je dat je de inkoppertjes voor het oprapen liggen.

De spatader zit op mijn linker bovenbeen aan de binnenkant. Ik heb de meetlat er niet langs gehouden maar deze rakker heeft niks te klagen. De bron ligt ter hoogte van m’n zak en meandert vanuit daar naar beneden tot ergens halverwege… ongeveer.

Komt u maar!

Advertisements
This entry was posted in Puzzelen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s