Oorlog op de Kampina

In december 2008 verhuisde ik van Breda naar Stilburg. Naast het onwennige gevoel van een nieuwe woning, was ik mijn bos kwijt. Ik hou namelijk van wandelen in het bos. Het Mastbos bij Breda is erg mooi met al haar pittoreske doorkijkjes en enorme villa´s.

Op de eerste mooie lentedag in 2009, besloot ik een nieuwe wandelroute te gaan zoeken met behulp van Google Earth. Geestverruimende freeware wat mij betreft. Je kunt er bijvoorbeeld mee naar Hawai vliegen. Via de Kilimanjaro als u dat wenst. Zo vond ik ten oosten van Stilburg het Oisterwijkse bos- en vennengebied. De A58, een paar provinciale wegen en hoogspanningskabels doorkruisen het landschap. Op 3oo meter hoogte zag ik een zandkleurige pit tussen de bomen. Een stuifzandgrondje bij het Berghven.

Het gebied telt een stuk of 15 vennen, omringd door bos, heide en akkers. Ik ben fan van stuifzandgronden. Vroeger groeide er heide maar omdat we daar zo nodig aardappelen moesten verbouwen, konden de wind en het zand, de akkers verpulveren en een mooi stukje gecultiveerd landschap achterlaten. Het ziet eruit als een woestijn in een oase. Het zand onder sommige bomen is weggewaaid waardoor deze ook voor mangroven door kunnen, maar dan met naalden. Het Oisterwijkse bos- en vennengebied wordt ook wel de Kampina genoemd. Een mooie naam vind ik dat. De Kampina.

Het café tegenover de kerk in Moergestel heeft ook een snackbar. De plaats waar pindapap wordt gemaakt van uitzonderlijke goede smaak en viscositeit. Satésaus is dé graadmeter van iedere friettent. Zonder goede satésaus heeft frituurvet eigenlijk geen reden om te pruttelen als je er in tuft. Er werkte een heerlijke meid met wimpers tot Jupiter en een paar billen en tieten die je de volgende ochtend nóg niet bent vergeten. Sinds haar promotie naar het café gedeelte waar ze de vaste klanten bij hun vrouwen weghoudt, worden mijn pijltjes door Mathieu van oorlog voorzien. Hij is een beetje zuinig met de mayonaise bij de snacks, maar verder een prima kerel. Soms zie ik haar nog als ze een bord friet komt halen voor een hongerige klant. Echt jammer.

Tezamen met een viandel en een kroket rijd ik dan zo snel mogelijk naar de binnenlanden van de Kampina. (De friet mag niet te veel afkoelen dus ik ben dan genoodzaakt om mijn versnellingsbak op z’n flikker te geven). Als het niet regent kan de deur open en wordt mijn avondeten opgeleukt met vogelgeluiden van allerlei. Een colaboer als toetje en dan op het gemakje uitbuiken in de Golf II van Mutilatie. Dat is genieten zoals het bedoeld is. Genieten met de Brabantse G van bourgondisch.

Het bos is rustig. Het ruikt er altijd lekker. Mensen begroeten elkaar is het bos. Ik vind het fijn als mensen elkaar begroeten zonder te weten wie de ander is. Individualisme is ver te zoeken op de Kampina. Een blaffende hond of een krijsend kind is, met uitzondering van de A58-ruis op de achtergrond, het enige wat je er hoort. Het geluid van een hardwerkende specht of een angstige muis is onderdeel van het geheel. De winter is doorbijten. Behalve als er sneeuw ligt. Dan is het schitterend. In de lente is het bos op z´n best. De flora gestoken in vers blad, de fauna opgewonden door het instinct. Op een zwoele nazomeravond wordt je opgegeten door de muggen als je 10 seconden de tijd neemt om jezelf in te halen. De herfst is ook mooi. Afscheid nemen van de vruchtbaarheid. Tijd om een dutje te doen.

Er lopen ook herten op de Kampina. Tot nu toe zag ik er drie. De eerste zag ik op een paar honderd meter afstand. Hij liep met z´n snuit tegen het prikkeldraad en verstijfde even van de schrik. Arm beest. De tweede was minder tof. Die zat namelijk te snoepen van mijn bosbes landerijen. Ik heb ´m weggejaagd. Stom beest. De derde had ik met kerstmis kunnen eten. Ik stond te roken aan de waterkant en hoorde achter me een takje breken. Het was geen potloodventer maar een hertje. Hetzelfde soort als Bambi, met van die witte vlekjes. Langzaam stapte ik achter een bosje en zag hoe het beest niets vermoedend mijn kant op liep om te drinken. Ik maakte een foto maar was vergeten om m’n telefoon op standje stil te zetten. En weg was ie. Mooi beest hoor.

De mooiste confrontatie met moeder natuur was afgelopen nazomer. Ik zat in het schemerlicht op een bankje en hoorde een kikker. Maar het kwam van boven en dat kan dus niet. Het bleek een gans te zijn. Ik keek in de richting van het geluid en zag door de boomtoppen dat het een groep wilde ganzen was, vliegend in de welbekende V-formatie. Hun route lag precies over het bankje waar ik toevallig zat te spacen. Ze vlogen laag omdat ze spoedig hun landing zouden inzetten om te overnachten in het achtergelegen grasland. Het waren van die enorme beesten uit Scandinavië met een spanwijdte van 2 á 3 meter. Ik hoorde de wind over hun vleugels suizen toen ze overvlogen. Het was prachtig. U zult begrijpen dat ben gaan staan en uitbundig heb gezwaaid naar de V-formatie, want iedereen wil figureren in een aflevering van Niels Holgersson.

Wandelen in het bos is goed om mijn gedachten te ordenen. Om na te denken over een pas geschreven lied of om mensen te herdenken die er niet meer zijn. Fantaseren over de landrover weer mee ik boomstammen zou verplaatsen.  Het landhuis waarachter ik een dubbele garage ga bouwen als het van mij zou zijn. Tijdzones doorkruisen elkaar in het bos. De tijd verpest er niets.

Soms ligt er een stuk plastic of een leeg blikje in het bos. Ik snap nooit hoe die dingen daar terecht komen. Daarom neem ik het mee naar de prullenbak op de parkeerplaats.

Het bos is goed voor mij, dus ik ben goed voor het bos.

Advertisements
This entry was posted in Puzzelen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s