Surfin’ Under Fire

Sinds een paar maanden staat er een piano in huis. De muziekschool verderop in de straat biedt ook de mogelijkheid tot huren voor een habbekrats en dat werd mij geen tweede keer gezegd. Een week later kwam de bezorgdienst langs. Een mannetje voor het klantencontact en een kerel voor de brute kracht.

Om mijn nieuwe aanwinst te verwelkomen had ik een plaatje van Elvis, wie anders, opgezet. Klantencontact duwde me bijna weg om de eerste klanken los te laten in mijn huiskamer. Brute kracht merkte op dat er geen betere muziek bestaat dan die van de Koning. We wisten genoeg. Wij begrepen elkaar.

De piano is mooi. Van mahonie hout gemaakt, een jaartje of 70 oud maar technisch in uitstekende staat. De klep staat altijd open. De piano daagt me uit als ik er naar kijk. Dat was een jaar of 20 geleden wel anders, toen ik na m’n laatste pianoles plechtig had gezworen nooit meer zo’n ding aan te raken. Het gemiddelde kind vindt etudes van Thompson en Chopin nou eenmaal stront vervelend. De lange jaren met verplichte dagelijkse studie bleken van pas te komen na de aanschaf van mijn eerste elektrische gitaar, die mijn ouders nog net niet door midden hebben gezaagd. Noten lezen doe ik nog steeds niet. Improviseren kan ik best goed.

Pianospelen is een bezigheid waarbij ik vrij snel verval in sentimentele shit. Wellicht kent u mij als een liefhebber van de dikke vette party poep, toch draai ik niet weg van sentimentele shit. Singer-songwriter materiaal, gezeur in mineur, muziek om bij te janken in een blik bier. Ik kan er van genieten. Maar niet te vaak hoor. Misschien één keer per maand tijdens het betalen van het opgespaarde stapeltje rekeningen. De pijn en het verdriet van de betreffende artiest past dan goed bij de emoties van het moment. Afscheid nemen is kut.

Sentimentele shit moet niet te lang duren. Een minuutje of 2 a 3 vind ik wel genoeg. De eerste keer wakker worden met mijn piano was heel fijn. Alle akkoorden van vroeger waren weggezakt in de tijd, dus ik besloot het alleen op de witte toetsen te doen. De eerste melodie was een potentiële. Ik moest denken aan de muziek bij de klassieke jeugdserie De Familie Knots. Dit instrumentaaltje had ik al eens gekoppeld aan het nummer Decades van Joy Division. Het synthesizer loopje in beide nummers was in mijn beleving dezelfde sfeer als mijn brouwsel.

De titel Surfin’ Under Fire gaat al een jaar of 8 mee maar ik besloot tot hergebruik van deze schitterende woordcombinatie. De demo van het bandje dat deze titel meekreeg is toch allang en breed uitgedoofd zonder noemenswaardige aandacht. Surfin’ Under Fire werd bedacht door een oude bekende. Ze was iemand met een uitzonderlijk talent voor het geschreven woord, een uitzonderlijk talent voor het visuele, een uitzonderlijk talent voor innovatie en zo nog een paar pluimen voor haar. Als we bijvoorbeeld een goeie film hadden gezien, dan kon ze die samenvatten alsof je naar een dichter luisterde die zijn beste werk voordroeg. Gewoon uit de losse pols. Haar illustraties en schilderijen waren adembenemend. Ze kon driedubbelzinnige grappen maken als de beste. Ze wist de terugkerende droom die me eens in de zoveel jaar wakker maakt, te omschrijven in drie woorden. Precies zoals het is.

Maakt u zich vooral geen illusies, het betreft hier geen onverwerkt liefdesverdriet van een muzikant die een onderwerp zoekt voor sentimentele shit. (en als u dat wel denkt, dan moet u dat vooral lekker doen, want mensen denken toch wel wat ze willen denken). Ons vuurtje ging uit. Het was nie anders, dus het was goed zo. Surfin’ Under Fire is een unisex tranentrekker over afscheid nemen van een mooie plek. Of van iets materieels waar je een band mee had, (de eerste zin is: I will miss herb) of over mensen die het verschil weten te maken. Kiest u zelf maar.

Studio Sport kwam er niet aan te pas. Gewoon opgenomen met een handy recorder en niet voorzien van extra galm. Zelfs de traditionele dubbele laag voor de leadvocal (die mij verdedigt tegen de natte tosti) heb ik achterwege gelaten. Gewoon in m’n blote kont en dat is best wel even wennen. In een voorgaande opname sloeg m’n stem even over. Het klonk als een echte snik van verdriet en ik moest er zelfs hard om lachen bij het terugluisteren. Ook in de goedgekeurde versie klink ik nog steeds als een mislukte leraar die muziek is gaan maken zodat hij niet meer wordt uitgescholden tijdens het werk. Dat hoort nou eenmaal bij sentimentele shit, denk ik…

Muziek voor de herfst en de winter. Koude tenen met de thermostaat op 22 graden. Naar buienradar kijken om te zien wanneer het sneeuwfront over Stilburg gaat trekken. Sentimentele shit vind ik alleen mooi als het ‘s nachts tegen het vriespunt is. En anders nie.

Het beeldmateriaal is gemaakt een paar minuten voor mijn eerste echte crash tijdens het longboarden. Kijkduin heeft twee nagenoeg perfecte afdalingen. De asfaltweg naar de parkeerplaats is lekker strak en behoorlijk steil in het laatste stuk. Ideaal om rechtop te staan, me de kin iets omhoog en de armen langs het lichaam. Dat ziet er namelijk cool uit en laat tevens zien dat het eigenlijk niet snel genoeg gaat. (de eerste keer scheet ik peeën, maar dat geeft deze cruiser liever niet toe). Het kronkelende paadje van het uitkijkpunt naar de parkeerplaats is misschien nog wel vetter, maar net iets te veel van het goede. Op je bek klappen met een longboard doet wel degelijk pijn, net als schelden.

Advertisements
This entry was posted in Stone & Motion. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s