Onderbuik

Het was eergisteren om een uur of 2 ‘s nachts, ik was bijna door m’n sigaretten heen. De 24-uurs pomp is te voet een goed kwartier, de Golf II van Mutilatie stond te bibberen van de kou en ik besloot haar rubberen laarzen te trakteren op een potje glibberen en glijden op het dekje van verse sneeuw. Ze vond het heerlijk.
Bij de pomp aangekomen zag ik een grote donkere man in zo’n heule dikke winterjas met bontkraag uit de schuifdeuren komen. Hij was vrolijk, hij neuriede een melodietje en deinsde op imaginaire muziek. We hadden een kort oogcontact toen we elkaar passeerde bij de ingang van het pompgebouw. Hij was tevree.

Binnen stonden drie soortgelijke mannen, gehuld in een gangster-outfit. Twee van hen stonden voor me in de rij voor de kassa, de derde pakte een stapeltje lege koffiebekers bij de automaat. Een paar bekers vielen daarbij op de grond maar de man zag dat klaarblijkelijk niet en liep naar de uitgang van het pompstation.
Ik stond voor het rek met Engelse drop en zag de lege koffie bekers op de grond. De rode bandana moest voor mij langs of via de andere kant van het snoeprek lopen om de schuifdeuren te bereiken. Hij koos voor het snoeprek en keek me aan toen hij links voorbij liep.

Eén van de twee andere “gangsters” was met de kassière verwikkeld in een discussie over de prijs een flesje water. Hij droeg gloednieuwe Nike Air Max. De veters waren niet gestrikt en zijn engkels stonden naar binnen. De andere gangster stond achter hem. Hij had een trainingspak aan en hield zijn dreadlocks bij elkaar met een gebreide muts.
Eén ding wist ik zeker: dit zijn geen lieverdjes. Al snel beoordeelde ik mijn gedachten over het viertal als ongegrond, want wie ben ik om iemand tot crimineel te veroordelen zonder bewijs.

De zweefkees die ik buiten tegenkwam was weer naar binnen gelopen om dreadlocks iets toe te fluisteren die inmiddels zijn flesje AA-drink stond af te rekenen. Zweefkees liep weer terug en keek me kortstondig aan toen hij mij passeerde. De kassière wenste Dreadlocks een prettige nacht en hij keerde zich om. Hij tilde zijn kin op en wierp een blik in mijn ogen om snel daarna het oogcontact weer te verbreken. Op zijn weg naar de uitgang hield hij zijn pas in toen onze schouders op dezelfde lijn stonden. Ik bleef recht vooruit kijken, dreadlocks taste mijn gezicht af met zijn koelbloedige ogen. Op dat moment voelde ik geen noodzaak om te vragen naar de reden van zijn inspectie. Dit was een echte bad motherfucker. Een gewetenloze moordenaar zoals in een film, maar dit was geen film. Dreadlocks had een blaffer op zak, dat wist ik zeker. Eén kik en hij zou de loop ter plekke in mijn strot douwen en misschien wel de trekker overhalen als ik hem zou durven kijken. Mijn onderbuik vertelde mij dat. Het was heel sterk. Net zo sterk als bij verliefd zijn. Je weet niet precies waar het vandaan komt maar het is overduidelijk aanwezig. Het was bijna hetzelfde als zo verschrikkelijk verliefd zijn, dat je het niet hardop durft te zeggen omdat zij het misschien niet is. Ik ben vrij nieuwsgierig ingesteld maar soms is het beter om de fantasie haar werk te laten doen.
Dreadlocks liep door. Misschien was hij helemaal geen bad motherfucker en nam de fantasie een loopje met mij. Misschien was hij een auteur van kinderboeken of een romantische novelle.

Bij de kassa stond nu een blanke man. Hij was beleefd tegen de kassière. Buiten zag ik het viertal wegrijden in een donker grijze Audi. Achter mij stond een man die ik de hele tijd niet had gezien tot hij me aantikte en vroeg:
“Meneer, zou ik even voor mogen? Ik ben met iets bezig.”
De man met het Aziatische uiterlijk sprak zonder accent. Na zijn verzoek liet hij een pasje zien vanuit zijn opengeritste windjack. Op het pasje stond zijn pasfoto en duidelijk leesbaar: AIVD.
“Ja, dat is goed”, antwoordde ik direct, nog rekenend met de gedachten bij deze afkorting.
De undercover-agent moest nog heel even wachten op de blanke man. Ondertussen wurmde hij een heel klein draadloos oordopje in zijn rechter oor. Hij rekende een zak winegums af en draaide zich al om voordat de kassière had gezegd dat zijn pin-betaling was geaccepteerd. Hij keek me nog even aan en zei zachtjes:
“Bedank hè”, en rende het pompgebouw uit naar zijn auto. Met piepende banden vloog de undercover-agent de ringbaan op. Ik hoorde zijn tweede versnelling doortrekken naar het maximale toerental.

Terug in de Golf II van Mutilatie kon ik maar aan één ding denken:

Advertisements
This entry was posted in Puzzelen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s