Het is dus toch allemaal ergens goed voor geweest

Schoolrapporten waren vroeger big business. Bij de opmerkingen stond steevast iets in de trant van: Emiel is een goeie jongen maar hij kijkt meer naar buiten dan naar het schoolbord. Ondanks de opbouwende kritiek wist ik per cijferlijst toch nog her en der een paar gulden los te peuteren om deze dezelfde middag nog om te zetten in snoepgoed. De eigenaresse van de drogisterij zei dat ik maar moest roepen als ik de prijs-kwaliteit-kwantiteit verhouding van het rek met met snoep gevulde glazen potten voldoende had bestudeerd om de lekkerste, de meest rendabele en de duurzaamste combinatie aan te wijzen.
Op de Havo was het idem dito. De scheikunde leraar (die van het laatst overgebleven zesjes in Havo 4) zee een keer dat ik eens een schop onder m’n kont moest krijgen want ik kon het best wel. Verder was ik een kei geworden in het aanzetten tot muiterij (want slechts één keer geschorst in 5 jaar. Pauw!)
De mbo opleiding was best leuk want je kon er spijbelen naar hartenlust en zesjes halen zonder huiswerk. Met een eindverslag dat kant nog wal raakte maar beoordeeld werd met een 5,6 ging ik naar de laatste schooldag. “Kom die diploma maar gauw halen voordat ie weg is.”, sprak de decaan tijdens de uitreiking. Ik was vooral trots op het feit dat het me was gelukt om na drie jaar uit te komen op een cijferlijst met acht zesjes en een zeven. U moest eens weten hoeveel rekenwerk daar in heeft gezeten.

En dan lees je via via een artikel over mijn lievelings (dees) en dan denk je: Het is dus toch allemaal ergens goed voor geweest.

– Hé!
– … …
– Hallo! Hierzo!
– O, shit. Ik had je niet gezien.
– Lekker aan het dromen? Hoe is het verder?
– Och…wat zal ik er eens van zeggen…
– Was je ergens onderweg naar toe?
– Ja.
– En? Waar gaat de reis heen?
– Naar de filistijnen.
– O?
– Ja! O, ja.
– Nou, sorry hoor.
– Nee, nee. Het heeft niks met jou te maken.
– Zeg, wacht eens eventjes jij… laat eens kijken? Ja, ik zie het al.
– Tuurlijk, jij wel.
– Jawor, heel duidelijk zelfs. Het is weer zover hè? Of heb ik het mis?
– Laat me gewoon.
– Zie je wel.
– Ik ontken alles.
– Zwijgen is toestemmen.
– Ja, en je mond houden is nu even beter.
– Waarom blijf je vanavond niet gewoon lekker thuis? Al dat gedoe. Lekker op de bank onder de pleet met een goed boek en een mooi glas wijn.
– Nee, ik ga niet naar huis. En ik zal het je nog sterker vertellen: Eérst ga ik naar de filistijnen en daarna in één streep keihard door naar de gallemiezen.
– Ja, ook naar de gallemiezen?
– Smerig hard zelfs. Ik weet het gewoon allemaal even niet meer.
– Je hebt het inderdaad weer flink te pakken.
– Het is nog veel erger dan ik dacht. Ik dacht laatst zelfs aan kinderen.
– Jeetje. Maar jij wilt toch geen kinderen?
– Precies, kun je nagaan…
– Ja, je bent behoorlijk ver heen.
– Het is eigenlijk nooit weggeweest.
– *ademt uit met iets gebolde wangen*
– Vind je me erg?
– Nee hoor, ik snap het wel.
– Kun je het aan me te zien?
– Welnee.
– Dat lieg je.
– Ja, sorry.
– En nu? Hoe moet het nou verder met mij?
– Doe niet zo dramátisch zeg.
– Nou moet je echt even oppassen hoor. Dit is een serieuze kwestie.
– Kom op, het gaat wel weer over. Echt waar.
– En als ik dat nou niet wil? Wat dan?
– Dan is het ook goed.
– Nou gelukkig maar. Godverdomme…
– Kom kom.
– *kijkt neerslachtig maar dat is ruimschoots overdreven*
– Wat doe jij vanavond met het eten?
– Iets warms met mayonaise en tomaat, denk.
– Je kunt bij mij aanschuiven als je wilt?
– Wat schaft de pot?
– Scholiertjes en tum-tum.
– Oh, lekker.
– Zie ik je straks dan?
– Ja, misschien is dat beter.
– Zie je nou wel. Alles komt goed.
– Maar ik wil niet dat het overgaat. Hoor je me?
– Maak je nou maar geen zorgen. Dat is nergens voor nodig.
– Nee?
– Ben je mal. Je kunt er toch niks aan doe.
– Ja, precies. Het is niet zo dat ik een even op een knop kan drukken om het uit te zetten.
– Nee, zo’n knop heb ik ook niet.
– En ik weet niet hoe jij erover denkt, maar als ik wel zo’n knop zou hebben, dan zou ik er dus nóóit op drukken.
– Helemaal nooit?
– Nooit of te nimmer.
– Dat vind ik knap.
– Hoezo, zou jij die knop wel gebruiken dan?
– Nou ja, misschien als het echt niet anders kan.
– Jezus, ga jij nou ineens sentimenteel lopen doen?
– En wat is daar ineens mis mee??
– O?
– Ja!
– Hoe is het eigenlijk met jou?
– Ik weet het niet.
– Dat is godverdomme bar weinig.
– Gin fuck.
– En wat denken wij daar aan te gaan doen dan?

– Zullen we na het eten naar de gallemiezen?
– Ik dacht dat je het nooit zou vragen.

Advertisements
This entry was posted in Puzzelen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s