Calling Candy

Wat zal ik vanavond eens gaan doen, vroeg Benny zich af.
Het voetbalseizoen was voorbij en dan vraagt iedere man zich dat wel eens af. ‘Helemaal geen schande, de normaalste zaak van de wereld,’ zei zijn vader toen ze hun dobbers uitgooiden in het kanaal en de uren aan het water zwijgend uit zaten tot een smsje voor het avondeten de rust verstoorde.
Onder het eten kreeg Benny een idee: Die avond zou hij zijn auto gaan wassen bij de pomp, om daarna te gaan cruisen door het centrum. Helemaal alleen, zonder Jeroen en Rachid, zonder al hun lompe opmerkingen naar emo’s en skaters.
Misschien kom ik de liefde van zijn leven tegenkomen, dacht Benny. Hij beloofde zichzelf om niet te claxonneren en meteen haar telefoonnummer te vragen, maar hij zou het goed aanpakken, als een echte man, als een heer. Benny wist alleen niet hoe.

Na het avondeten was hij minstens een uur met zijn kapsel in de weer. Gefrustreerd spoelde hij het nog een keer uit omdat er te veel gel in zat, maar het eindresultaat was om door een ringetje te halen. Voorzichtig trok hij de roze polo over zijn hoofd. Een extra pufje aftershave, die dure van zijn vader.
Uit het keukenkastje pakte hij drie blikjes energiedrank en een zak chips voor onderweg.

Nadat Benny zijn Honda Civic door de wasstraat had gereden, trok hij er ook nog even een stofzuiger doorheen. Op zijn Iphone selecteerde hij liedjes van Alicia Keys en Beyoncé. Een laatste check in de achteruitkijkspiegel, iets meer lage tonen door de speakers, een stofje op zijn zonnebril blies hij weg. Niets werd aan het toeval overgelaten.

En daar ging hij, in zijn blinkende Honda Civic 1.2 injectie, de auto waar hij vanaf zijn zestiende voor had gespaard.
Het zou de avond van zijn leven worden.

Benny reed langs het skatepark en kreeg daar meteen spijt van toen Rachid hem voorbij zag komen. Benny stak plichtmatig zijn hand op. Rachid gebaarde hem te stoppen.
“Ouwe, rij even naar McDonalds!” commandeerde Rachid, “ik heb honger, ouwe.”
“Stap in, ouwe”, zei Benny koeltjes.
De twee kenden elkaar nog van de lagere school.
Benny moest van zijn ouders naar het ROC, Rachid was gaan werken op de autosloop van zijn oudste broer. Hij verdiende een tientje per uur.
“Beyoncé… tsss. Fakking sissy,” zei Rachid. “Heb je geen hardstyle of zo?”
“Jawor.” Benny pakte zijn Iphone om zijn vriend het naar de zin te maken.
“Ouwe, geef dat ding hier. Jij hebt geen verstand van muziek,” snauwde Rachid, waarbij hij vanuit zijn ooghoeken zag dat Benny zijn veiligheidsgordel om had. Benny voelde zich betrapt.
“Wanneer ga jij nou eens relaxed doen, ouwe?” vroeg Rachid alsof Benny een sissy was, “Jij bent gewoon een sissy,” zei Rachid hoofdschuddend.
Benny klikte zijn gordel los om van het gezeik af te zijn.
Rachid draaide het volume van de autoradio helemaal open en schreeuwde: “Wanneer ga jij nou eens nieuwe subwoofers kopen, ouwe?! Jezus man, dit klinkt echt als een fakking natte tosti, ouwe!”
“Watte?!” schreeuwde Benny terug. Rachid schudde zijn hoofd.
Om het ongenoegen van Rachid te compenseren pakte Benny het autostuur bovenop losjes vast, zijn andere hand op de versnellingspook en zijn bovenlichaam positioneerde hij in het midden van de cabine. Bij ieder rood stoplicht tufte hij zo nonchalant mogelijk door het raampje naar buiten.
“Watte fak?! Daar heb Angela!” riep Rachid, “Angela is een geile slet, ouwe,” voegde hij er voor de duidelijkheid aan toe.
“Ik vind haar best aardig,” zei Benny.
“Hé sletje! Ben je geil?” riep Rachid in Angela’s richting.
“Doe nou gewoon eens aardig, man,” zei Benny lachend maar hij bedoelde het serieus.
Angela zwaaide en riep iets terug wat niet te verstaan was door de harde muziek in de auto. Benny draaide het volume terug op gespreksniveau. De twee kameraden zwaaiden gelijktijdig naar Angela toen ze haar passeerden. Als het verkeer minder druk was geweest waren ze wel even gestopt want Angela komt altijd even bij de wagen staan om een praatje te maken.
“Zij heeft een lekker kutje, ouwe. Ik zweer het je,” zei Rachid smoezelig.
“Heb je haar gelikt?” vroeg Benny.
“Ik zweer het, ouwe,” zei Rachid nog overtuigender. “Kutje likken is kei lekker, ouwe.”
Benny reageerde niet.
“Heb jij nog nooit een kutje gelikt of zo?” vroeg Rachid.
“Jawel, een keertje,” loog Benny.
“Gatverdamme, ouwe. Jij bent een vieze gast, ouwe!” zei Rachid waarbij hij zijn mattie smerig aankeek.
“Maar jij hebt toch ook – ?” vroeg Benny.
“Wha ha ha!!! Nee, man. Dat zei ik om jou te fokke, ouwe! Kutje likken is fakking vies, ouwe.”
“Ik vond het ook niet echt lekker,” zei Benny, terwijl Jeroen had gezegd dat het super lekker is als je van rosbief houdt.
“Jij bent echt vies, ouwe. Hier, pak aan.” Rachid gaf hem een blikje energydrank. “Watte fàààk? Kijk daar, ouwe! Een vent met een fakking hondje! Ouwe, zeg jij er eens wat van, ouwe.”
Benny ging stapvoets naast de voetganger met het keffertje rijden en draaide het volume van de muziek naar gespreksniveau. “Leuk hondje,” zei hij tegen de man.
Rachid gaf een por tegen zijn bovenarm en trok Benny opzij om iets naar de voetganger te schreeuwen. “Homooo!!!” werd het verrassend genoeg. De man op het trottoir reageerde niet.
“We laten die homo gaan, ouwe,” zei Rachid met een wegwerpgebaar en plofte terug in z’n stoel. “Fakking sissy, ouwe,” waarbij hij een nog een blikje energydrank pakte. Benny had geen zin in ruzie met zijn vriend en zijn vier oudere broers, dus hij besloot om de grote waffel van Rachid weg te slikken.

“Hier naar links, ouwe. Dat is korter,” zei Rachid met een uitgestoken vinger naar de zijstraat.
Benny nam het voorsorteervak naar links en minderde vaart voor het stoplicht dat op rood stond.
“Ouwe, hier staan geen flitspalen. Jezus man. Wat ben jij voor een fakking sissy?” blafte Rachid, “jij kan echt niet autorijden, ouwe.”
Benny negeerde het rode stoplicht, nam de afslag naar links en toen gebeurde het:
Achter de rij stilstaande auto’s aan de overkant van het kruispunt dook een witte BMW op. Een kind kon zien dat de bestuurde van deze auto zich niet aan de maximum snelheid hield.
“Kijkt uit!!!” schreeuwde Rachid, maar het was al te laat.
De witte BWM boorde zich met aanzienlijke snelheid in de bijrijderskant van Benny’s auto.
De twee vrienden vlogen als lottoballetjes door de auto.
Toen werd het stil.

Benny lag op zij rug en voelde een verschrikkelijke pijnscheut in zijn linker been. Hij was door het raam van de portier uit z’n auto geslingerd en op het asfalt gesmakt. De steken op zijn borst waren niet te harden. Hij kreunde van de pijn door heel z’n lijf.
“Deze leeft nog!” riep iemand in de verte.
Benny opende zijn ogen en keek naar het omgekeerde gezicht van een blonde meid van zijn leeftijd. Ze was op haar knieën achter hem gaan zitten om zijn hoofd en nek te stabiliseren met haar handen.
“Wie ben jij?” vroeg Benny.
“Blijf maar even stil liggen tot de ambulance er is,” antwoordde ze. “Ik ben Candy en hoe heet jij?”
“Benny,” zei Benny. Toen hij zag dat zijn linker been er bij lag als een half opengevouwen duimstok schrok hij even.
“Doet het pijn?” vroeg Candy.
“Gaat wel” zei Benny.
Candy streelde zijn wangen met haar duimen om hem gerust te stellen. Hij bleef haar aankijken zodat de pijn verminderde.
“De ambulance is onderweg,” zei ze zachtjes.
“Rachid…”, stamelde Benny.
“Rustig maar. Alles komt goed”, zei Candy nadat ze even naar het levenloze lichaam van zijn mattie op de motorkap van de witte BMW had gekeken.
“Zit jij ook op Boomvliet College?” vroeg Benny ineens.
“Ja. Jij ook?”
“Ja.”
“Wat doe jij?”
“Metaal. En jij?”
“De stewardessenopleiding.”
“Leuk?”
“Mwoa…”
“Je zou een goeie verpleegster zijn,” zei Benny. Hij probeerde te lachen maar dat deed best wel pijn. Candy lachte terug.
In de verte klonk de sirene van een ambulance.
“Hé, daar zijn ze al!” riep Candy.
Benny zuchtte. Weer die vreselijke steken op zijn borstkas. Overal voelde hij schrammen en open wonden van glasscherven en verwrongen aluminium dat zijn lichaam was binnengedrongen. Hij keek Candy onverminderd in haar ogen. Ze had roze lippenstift op en een beetje mascara, zeker niet te veel. Twee speldjes hielden de lokken uit haar gezicht.
“Zullen we facebooken?” vroeg Benny.
“Ga jij eerst maar eens naar het ziekenhuis, dan gaan we daarna facebooken,” antwoordde Candy met een snoezig lachje.
“Is Candy met een K of met de C?”
“Met een C natuurlijk, grappenmaker” gniffelde Candy. “Ik vind jou leuk,” zei ze zachtjes.
(Benny maakte geen grapje, maar je moet een beetje geluk hebben in het leven. Niet waar?)
“Biemans,” zei Benny
“Wat zeg je?” vroeg Candy.
“Biemans, zo heet ik. Benny Biemans.”
Candy begon weer te lachen. “Das ook een goeie combinatie,” zei ze.
“En jij dan?”, vroeg Benny.
“Van de Corput,” grinnikte ze.
Benny begon nu ook te lachen waardoor de steken in zijn gekneusde ribbenkast ondraaglijk werden. Hij probeerde zich groot te houden maar Candy zag heus wel dat hij lag te creperen. Dat vond ze eigenlijk best wel stoer.
“Ik zoek je meteen even op.” Candy nam zijn hoofd voorzichtig in één hand, pakte haar mobieltje en roerde even op het beeldscherm. “Zwart shirt, groene broek?” vroeg ze.
“Ja, dat ben ik,” antwoordde Benny.

De ambulance stopte vlak naast de autowrakken. Twee broeders sprongen er uit.
“Doe eerste die andere maar!” riep Candy naar het tweetal.
“Is het erg?” vroeg Benny.
“Je auto is kapot, denk ik,” zei Candy.
“Och…” zei Benny.

Een tweede ambulance arriveerde al snel. Uit voorzorg werd bij Benny een nek-brace aangebracht. Candy hield zijn hand vast toen ze hem op een brancard tilden. Hij gaf geen krimp terwijl het botweefsel door zijn kuit naar buiten stak.
Vlak voor hij de ambulance in werd gerold zei hij: “Dank je wel, Candy”,
“Ik zie je wel weer,” zei ze met glazige ogen.
“Hey, Candy?” zei Benny toen één portier van de ambulance al gesloten was. Ze keken elkaar aan. “Ik vind jou ook leuk,” zei hij met een glimlach.
De ambulancechauffeur sloot de andere deur. Candy vroeg naar welk ziekenhuis hij werd gebracht, dat hoorde Benny heel duidelijk.

Candy en Benny.
Biemans en van de Corput.
Dat klonk echt heel gaaf, was hij van mening.
“Jij bent goed bezig, jongen”, zei de broeder die naast hem zat tijdens de rit naar het ziekenhuis en zag hoe Benny de pijnscheuten moeiteloos verwerkte bij iedere hobbel in het wegdek.

Na de operatie zaten de ouders van Benny aan zijn bed. Gelukkig was er geen sprake van blijvend letsel.

De volgende ochtend vroeg Benny het mobieltje van zijn vader. Normaal gesproken mocht dat niet, maar alle vaders zijn mild als zoonlief in de kreukels ligt.
Onderwijl hij de facebookpagina van Candy met glunderende ogen doorbladerde, vertelde zijn vader dat Rachid het ongeluk niet had overleeft, en of hij wel besefte dat de twee passagiers van de witte BMW in coma lagen, omdat hij door een rood stoplicht was gereden. Benny las het mailtje van Candy met de vraag in welk ziekenhuis hij lag wel honderd keer. Er stond zelfs een X-je onder.
Kamer 322 van het Elisabeth, stuurde hij terug.

Advertisements
This entry was posted in Korte verhalen, Puzzelen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s