De kus met lippenstift

Ze gaan zeggen dat het zinloos is.
Iedereen zal me voor gek verklaren.
Niemand in het magazijn durft het op te nemen tegen een mokkel van de administratie.

Het is net als op de basisschool. Toen was ik het vriendinnetje van Marco en dat mocht ook niet.

Op een dag liep Marco helemaal van school mee naar huis ondanks dat hij aan de andere kant van het dorp woonde. Ik vroeg waarom hij dat deed. “Gewoon”, zei hij, zonder te kijken. Zwijgzaam liepen we door. Om de stilte te doorbreken haalde hij met een klapperende huig een snotje door zijn neusholte. Ik tufte op de grond en lachte een beetje.
Marco had drie broers. De oudste mocht al shag roken. Marco rookte ook wel eens shag maar ik mocht nooit een trekje. Dat wilde hij niet hebben. “Pas als je tien bent”, zei hij altijd. Marco zorgde goed voor mij.
De vier broers waren populaire gasten.
Niemand werd gepest als er één van hun in de buurt was.
Ze zorgden dat de klungelaars ook een doelpoging konden wagen tijdens het voetballen.
Onder hun supervisie werd het strooigoed van de pieten eerlijk verdeeld.
Na het “ongelukje” bij het klimrek op het schoolplein moesten bijna alle kinderen uit hun buurt blijven. “Zie je nou wel”, of “Eindelijk”, zullen veel ouders gedacht hebben. Wat was er nou gebeurd (gaat u er maar eens goed voor zitten): Bij het klimrek had een jongen een lullige opmerking gemaakt tegen één van de vier omdat deze – in tegenstelling tot zijn hoogblonde broers – een getinte huid had met donkerbruin kroezend haar. Toen hebben de drie anderen de jeugdige racist het ziekenhuis in geslagen. En niet te zuinig ook. De donkere broer had er lachend naar gekeken en gezegd dat er nog wel een paar tanden uit mochten terwijl de hevig bloedende schrielhannes al lang niet meer bewoog. Het viertal beweerde bij hoog en bij laag dat de jongen uit het klimrek was gevallen.
En toch was Marco een goeie jongen.
Als ik bijvoorbeeld een wedstrijd moest tennissen, dan kwam hij steevast naar het tenniscentrum om mij te supporteren. Bij iedere wissel van helft gaf hij een vurige peptalk met gebalde vuisten en een strenge blik naar de opponent. Dat ik geen medelijden hoefde te hebben, en dat ik gerust wat vaker met m’n tennisracket mocht smijten want de junioren kregen daar toch geen officiële waarschuwing voor. Als ik aan de verliezende hand was probeerde hij mijn tegenstander te demotiveren door keihard te juichen als ze een fout maakte. Het duurde dan nooit lang tot iemand hem vriendelijk verzocht om het tenniscentrum te verlaten. Hij ging nooit in discussie en accepteerde de aangegeven grenzen met opgeheven hoofd. Bij de aftocht zwaaide hij nog een keer. Ik zwaaide dan terug met een handkus. Niemand durfde zijn ouders te benaderen, dus kwam hij de volgende wedstrijd gewoon weer naar het tenniscentrum alsof er niets aan de hand was.
Ons mam zei regelmatig dat het beter was als ik niet te veel zou optrekken met die van die van de woonwagens. Het kwam dus ook als een geschenk uit de hemel toen ik op een dag huilend thuiskwam omdat Marco naar de andere kant van het land ging verhuizen.
We zouden elkaar in de krokusvakantie weer zien.
Dat beloofden we na onze eerst kus bij het afscheid.
Ik schreef hem wekelijks. Marco bijna iedere dag. Hij was er goed in en hij tekende er altijd bloemetjes bij.
Toen ik in een gekke bui (zo gaan die dingen) een kus met lippenstift onderaan een brief had gezet, vulde hij zijn brieven met bontgekleurde flora en fauna van allerlei. Op een gegeven moment ging het zelfs door op de envelop.
Een paar maanden daarna liet ik weten dat het aan was met Diederik. In zijn eerstvolgende brief schreef hij over de sportwagen die hij met z’n vriendjes aan het bouwen was voor de zeepkist-race, en dat hij daarom geen tijd had om te schrijven maar dat hij mij nog wel heel leuk vond en zo. De brief was opgeleukt met een enkel bloemetje in de vorm van een hartje.
Twee weken later stuurde hij een foto van een schaafwond op zijn knie. “Doet geen pijn hoor”, stond op de achterkant geschreven.
Voor m’n verjaardag kreeg ik nog een kaartje.
Daarna bleef het stil.

Advertisements
This entry was posted in Korte verhalen, Rummikuppen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s