Op de fiets naar Pixies

Frank Black schreef laatst weer een album voor zijn band Pixies. Het was inmiddels een jaartje of twintig geleden. Als je naar Indie Cindy luistert is er één ding wat direct opvalt: het zijn geen oude liedjes, het is nieuw materiaal.

Iedereen is het erover eens dat de muzikale invloed van Pixies in het alternatieve-rockcircuit enorm is geweest. De voorgaande albums worden nog altijd de hemel in geprezen, en dan moet je na 20 jaar van goede huizen komen om de critici het naar de zin te maken, zo werkt dat nu eenmaal. Met Indie Cindy is dat, volgens 99% van de recensenten, niet gelukt. Ik begrijp daar dus helemaal geen hol van.
Dat je in Nederland geen afwijkende mening hoeft te verwachten is bekend, maar als je op de site van een gerenommeerd Nederlands muziekplatform moet lezen dat Indie Cindy een verzameling laffe liedjes is, dan krijg ik behoefte om met stenen te gooien en autobanden in de hens de zetten.
Stellen dat Pixies een laffe plaat heeft gemaakt is hetzelfde als je moeder in het gezicht tuffen. Dat doe je gewoon niet.
Indie Cindy bevat twaalf fijne liedjes die misschien niet exact dezelfde sfeer ademen als de vorige albums, maar dat het allemaal heel knap in elkaar steekt hoor je meteen. In tijden van Blaudzun en Colplay zou dat minstens een verademing moeten zijn, vind ik althans.
Natuurlijk klinkt de stem van Zwarte Frank niet meer zo fris en fruitig als voorheen. Teksten over getatoeëerde tieten en de duivel zijn vervangen door bijvoorbeeld: “I am a silver snail on my way back to one, on my way back to seventh son”.
Ja, lieve mensen, we worden allemaal ouder.

Vrijdag jongstleden was de aftrap van de tweede editie van Best Kept Secret. De organisatie wist Pixies te boeken dus ik had maanden geleden al een kaartje in de pocket. BKS wordt gevierd op het terrein van de Beekse Bergen (“de Beekse” in de volksmond) Vanuit Stilburg is dat slechts een stief kwartiertje met de benenwagen.
Begin van de avond fietste ik naar het festival terrein. De beste drummer van Stilburg en d’n B. vond ik bij de laatste klanken van James Blake. Daarna keken we een stukje Interpol (ook leuk… leuk) om vervolgens nog een paar pilskes te scoren voor de aftrap van Pixies.
Na de eerste klanken zat de stemming er meteen goed in. Op de eerste rijen gaven springende fans met hun vuisten in de lucht blijk van waardering voor de vader van de Nirvana-generatie. Het zag er op de videoschermen als vanouds gezellig uit. Ik kon me niet bedwingen en wurmde mezelf naar voren, waar ik m’n bier kapte, de beker in de pit naaide en het feestgedruis in dook. De rest van het optreden was ik één van de velen dertigers die blij was dat Zwarte Frank ook een paar rustige nummers op de setlist had gezet, om er vervolgens weer volledig bovenop te klappen. Het was echt heel gezellig daar vooraan, maar dan ook echt heel. Ik voelde me weer helemaal twintig.
Hoogtepunten waren wat mij betreft het lied Here comes your man, waar we het catchy gitaarloopje gebroederlijk meezongen als ruige voetbalhooligans van de harde kern. En tegen het einde maakten we een paar vierkante meter vrij voor een heuse wall of death. Ik had nog nooit een wall of death gedaan en het was heul gaaf! (ik heb nog steeds een beetje spierpijn)

Na het optreden dronken we bier en aten we patatten, dronken we bier en aten we patatten, dronken we bier en aten we patatten.

Tegen sluitingstijd verloor ik de beste drummer van Stilburg en d’n B. uit het oog. Met twee broers uit Stilburg strompelde ik naar de uitgang. Het was een goeie avond gewist, zeiden we tegen elkander. Bij de uitgang werd één van de broers geroepen door twee vrouwen achterin een taxi. Hij liep naar zijn fans af en gaf de bruntette drie kussen om ze vervolgens uit te zwaaien. De twee meiden zwaaiden terug.
“Zo zo,” zei ik een grijnzend, “je bent populair bij de tjiekaas in de taxi.”
“Het is niet was je denkt,” zei hij terug, “één van die twee meiden heeft terminale kanker.”
Toen moest ik even een brokje wegslikken.
De twee broers verdwenen in het donker.
Ik pakte mijn fiets.

Bij de bussen vroeg ik om een vuurtje voor de sigaret op te fietstocht terug naar huis, de buschauffeur gaf mij een aansteker. Zijn bus was leeg op één persoon na: de beste bassist van Breda. Het was een fijn wederzien van muzikanten onder elkaar.
De buschauffeur vroeg of ik ook mee wilde rijden.
“Ik ben met de fiets,” zei ik.
“Dan gooi je die fiets gewoon achterin de bus,” stelde de buschauffeur voor.
Wie ben ik om zulk een gastvrij aanbod af te slaan. Ik mocht zelfs m’n sigaret oproken in de bus.
“Gas op de zuigers!” riep ik naar de buschauffeur.
“Gas op de zuigers!” riep de buschauffeur terug. Het werd een volt ritje naar Stilburg Centraal. Onderweg vertelde de beste bassist van Breda over zijn zoontje van acht maanden.
Op Stilburg Centraal sprong ik op de fiets voor de laatste etappe naar huis. Ik dacht aan het zoontje van de beste bassist van Breda, aan terminale kanker, en ik dacht aan het optreden van Pixies.

Toen belde de beste drummer van Stilburg, dat ze bij Meesters nog een pilske deden, en dat het daar een mooie afsluiting van de avond werd.

Advertisements
This entry was posted in Puzzelen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s