Bepaalde gevoelens

Kent u dat ook? Dat gevoel wanneer je de catalogus van IKEA op de deurmat ziet liggen, en dat je dan denkt: Het is gedaan met de zomer.
Kent u dat gevoel?
Die gevoelens?

Dirk-Jan Verdaasdonk kent die gevoelens niet.
Niet eens van horen zeggen.
Kou zit tussen de oren, zegt hij altijd.

Met twee treden tegelijk springt Dirk-Jan Verdaasdonk naar de zolder om zijn regenkleding te zoeken. Op de terugweg grist hij de paraplu van de kapstok.
“Mij krijgen ze niet, mij krijgen ze niet,” mompelt hij stoïcijns.
Uit de gootsteenkast pakt hij de fles wasbenzine en stapt naar zijn binnenplaats.

“Branden godverdomme,” zegt Verdaasdonk bij het afstrijken van een lucifer waarna hij deze op het hoopje met de met wasbenzine doordrenkte regenkleding gooit. Een behoorlijke steekvlam stijgt op.
De paraplu moet het ook ontgelden.
Verdaasdonk spuit nog een flinke peut wasbenzine op het vuur.
Hij lacht er gemeen bij.
Dan begint het nog harder te regenen.
Een bliksem en een donder proberen Verdaasdonk naar binnen te jagen.
Hij kijkt omhoog.
Grote druppels kletteren op zijn gezicht, penetreren zijn fleurig zomerhemd, vormen een meertje in het voetenbed van zijn sandalen.
Verdaasdonk steekt zijn gebalde vuist omhoog en roept uitdagend:
“Kom maar, jonge! Kom maar!”
De barbecue, denkt hij ineens, de barbecue!
Haastig loopt Verdaasdonk naar de schuur waar hij tot de ontdekking komt dat de zak houtskool in een plasje water staat te trekken.
“Godnonde!” foetert hij.
Desalniettemin gooit hij de barbecue vol kolen en knijpt er het laatste beetje wasbenzine overheen.
Dit is niet genoeg om de regen te weerstaan, concludeert Dirk-Jan Verdaasdonk.
“Wacht jij maar eens even,” gromt hij.
Door de hoosbui rent hij naar binnen, pakt zijn portemonnee en trekt een sprintje naar de buurtsuper.

In de buurtsuper flikkert Dirk-Jan Verdaasdonk zijn mandje vol met twee citroenen, een Hawaï pizza, een kuip vanille-ijs, zes blikken witbier en een fles wasbenzine.
In de rij voor de kassa trekt de doorweekte zonaanbidder behoorlijk wat bekijks. Een oud vrouwtje in een beige regenjas kijkt hem aldoor aan.
“Ja, mevrouw! Ik weet dat het snertweer is! Dat weet ik heus wel hoor!” snauwt Verdaasdonk waarbij hij zijn zonnebril demonstratief op de neus zet.
Het oude vrouwtje doet een stapje achteruit.

Thuis zet Verdaasdonk de barbecue vol in de regen. Driekwart van de fles wasbenzine kletst hij over de kolen. Van afstand gooit hij een brandende lucifer op de barbecue waarna een metershoog vuur ontstaat. Verdaasdonk kan nog maar net het geduld opbrengen om de Hawaï pizza uit de verpakking te halen.
“Hahahahaaaa!!!” giert hij met de handen in de zij, naar het inferno kijkend.
Onderwijl de pizza wordt gebakken vult Dirk-Jan Verdaasdonk een teiltje met water en ijsblokjes.
De geluidsinstallatie speelt surfmuziek.
De ventilator draait op volle sjas.
Na een paar minuten haalt Verdaasdonk de Hawaï pizza van het vuur.
Met grof geweld hakt hij zijn lievelingskost in stukken.
Dan schuift hij aan tafel, opent een blikje witbier en laat zijn voeten langzaam in het teiltje ijswater glijden.
Er valt duidelijk iets van hem af.

De zwartgeblakerde Hawaï pizza is uitstekend van smaak. Dat deze nog half ontdooid en zeiknat is maakt hem geen verschil. Bij iedere slok witbier beloont hij zichzelf met het geluid van dorstlessende voldoening.

Advertisements
This entry was posted in Korte verhalen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s