De oorlog meegemaakt

Sinds ik in Stilburg woon, doe ik de boodschappen bij de Albert Heijn hier om de hoek. De Nettorama is net zo kortbij, al kom ik er nooit. De buurvrouw zit daar namelijk achter de kassa. Ik vind haar niet zo aardig want ze schreeuwt nogal eens tegen haar kinderen. Ik weet dan niet of ik juist wel, of juist niet bij haar aan de kassa moet gaan staan. Het zal wel iets met mijn jeugd te maken hebben. Dat is altijd als je niet weet waar bepaalde gevoelens vandaan komen.
De kassières van onze Albert Heijn zijn allemaal lief. Die volslanke meid achter de sigarettenbalie is mijn favoriet. Ze lacht altijd zo leuk. Ik denk dat ze verliefd op me is, maar dat zal ook wel met mijn jeugd te maken hebben.

Bejaarden in de supermarkt, ik kan daar geen genoeg van krijgen. Het klooien met winkelwagentjes, het frutten met plastic zakjes voor groeten en fruit. De aardappels zijn altijd te kruimig en alles is te duur. Zulke mensen weten mij te raken.
Er zijn bejaarden die beginnen te zuchten en te kreunen zodra er iemand binnen een straal van drie meter komt. Het lijkt automatisch te gaan. In de supermarkt doen ze het dus ook continu. Het liefst zouden ze een bord om de nek hangen met de tekst: Ik heb de oorlog nog heb meegemaakt!!!

Sommige bejaarden blazen en steunen de godganse dag. Als je ze laat schrikken vallen ze dood neer. Zo ook de oude man met de opvallende hoedjes.
Ik zie hem geregeld in of rondom de supermarkt.
Zijn gezicht is als dat van een kabouter. Grote neus, grote oren, een smal openstaand mondje met dikke lippen. Hij loopt met zijn handen op de rug, voorover gebogen alsof hij een half kuub brandhout op zijn rug draagt. Zijn ademhaling is snel en oppervlakkig. Om de vijfentwintig meter moet hij even uitrusten.
Hij draagt dus altijd een opvallend hoofddeksel. Het steekt behoorlijk af tegen zijn grauwe klederdracht. Als het koud is een dikke oranje muts, ’s zomers een wielerpetje met het klepje omhoog, een hoedje van stro. De laatste dagen is het een feestmuts met rode en witte pailletten.

We passeerden elkaar bij de winkelwagentjes op de parkeerplaats. Het regende en het was koud.
“Goedemiddag”, zei ik.
Hij bleef staan en keek me aan alsof ik hem had laten schrikken.
Even was ik bang dat hij dood zou neer vallen. Daarna was ik bang dat hij iets anders zou gaan zeggen dan goedemiddag en dat we een praatje zouden moeten maken over het weer en de regen en de kou.
Hij zei niets.
Ik liep door.

Thuis pakte ik de boodschappen uit.
Er zat een beschimmelde sinaasappel in het netje.
Ik vloekte.
Daarna vloekte ik nog een keer.
Het voelde fijn.

– Wat een weer hè?
– Heul slecht. Heul.
– Die regen…
– Nou…
– En die kou…
– Nou…
– Echt hoor…

Advertisements
Image | This entry was posted in Puzzelen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s