Je suis Ismail… en Giel

Daags na de eerste verkiezingszege van Barack Obama, sprak ik een goede vriend.
“Dit was een historische verkiezing,” zei hij.
“Och,” zei ik. “Het is gewoon de volgende president van Amerika.”
Daarna wees hij mij erop dat dit niet zomaar de volgende president was. Barack Obama was de eerste zwarte president van de Verenigde Staten.
Wekenlang glunderde ik van trots. Het voelde als een overwinning.

Ismail Ilgun: een Nederlands-Turkse puber uit Zaanstad, een zelfbenoemd lid van de hangjongerencultuur. Hij ging viral met bepaalde fragmenten uit zijn real-life filmpjes: de man die van zijn fiets werd geslagen, het treiteren van gemeenteraadslid Juliëtte Rot en het optreden van zijn zonnebrillen-posse bij Jeroen Pauw. Binnen een paar dagen bestempelde Mark Rutte hem als “tuig van de richel”. Onze Mark weet dat polarisatie een uitstekende marketingtool is. Ondank deze kennis, was ik het volledig eens met de uitspraak van onze Minister-President, want ik erken het problematische gedrag van te veel jeugdige Nederlanders met een migratie-achtergrond, en ik vind dat daar iets aan gedaan moet worden. De oorzaak zag ik even niet meer.

Een paar dagen later zaten Ismail en platenbaas Kees de Koning bij DWDD. Ismail gaf ruimschoots toe dat hij niet goed had gehandeld, dat hij de negativiteit misschien wel over zichzelf afriep. Toch verweet hij de media dat er een verkeerd beeld van hem is gecreëerd door alleen de incidenten in zijn filmpjes te laten zien. Ismail is geen straatterrorist, hij is een doorsnee jongen die niks beters te doen heeft dan rondhangen bij de Vomar. Misschien is hij niet altijd een lieverdje, so be it. De volgende Willem Holleeder is hij allerminst.
Tafelgast Tim Hofman vroeg Ismail of hij had nagedacht over het effect van zijn filmpjes.
“Allochtone jongeren krijgen het er al zo vaak van langs in de media,” zei Tim.
Ismail verving het woord “negativiteit” door “realiteit”. Zijn mattie stond hem bij door Tim de allesomvattende tegenvraag te stellen:
“Waarom zouden mensen zich vertegenwoordigd voelen door Ismail? Als u iets verkeerds zegt op nationale televisie, dan is het toch niet zo dat alle Nederlanders zo zijn?”
In het ogenblik daarna voelde Tim Hofman een doffe dreun achter zijn ogen slaan. Het was niets minder dan de realiteit.
Die doffe dreun, die voelde ik ook, precies op dat moment.

En toen kwam er een aap uit de mouw van Giel Beelen.
Ter verduidelijking: Al decennia lang trek ik de oprechtheid van Giel Beelen in twijfel. Dat is geen verwijt. Net als politici vervult hij de rol van presentator en dat doet hij op zijn manier. Verder is Giel Beelen een goed mens. Zeker weten.
Dit gezegd hebbende, vond ik het in eerste instantie fijn om hem van zijn voetstuk te zien vallen. Leedvermaak is mij niet vreemd. (vergelijkbaar met John Ewbank en het drama van zijn Koningslied).
Een paar dagen later, tijdens de ochtendkoffie, voelde ik die doffe dreun weer.
Leedvermaak is een bitch.

Aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk trok Giel het boetekleed aan.
Maar wat zou het mooi zijn geweest als Sylvana wél was aangeschoven om met Giel te praten, om uiteindelijk elkaars hand vast te pakken en samen op tafel te gaan staan, zodat het publiek doodstil zou worden, de studiolampen gebundeld op het tweetal – en dat Giel dan iets zou zeggen in de trant van:
“Sorry. Zijn we weer oké? ” – en dat Sylvana dan zou zeggen:
“We zijn weer oké.”
En dat ze dan een knuffel zouden geven.
Een echte knuffel zodat de camera de tijd zou hebben om langzaam in te zoomen op de glinstering in hun ogen – en dat de regisseur na afloop een fles champagne zou ontkurken omdat half Nederland voor de buis had zitten janken.
Een gemiste kans.
Maar dat geeft niks.
Kansen komen er nog genoeg.

Er zijn vier kampen:
– Kamp ons Ismail.
– Kamp onze Mark.
– Kamp ons Giel.
– Kamp onze Syl.
De bijbehorende standpunten worden tot op het bot uitgebuit in een tweefrontenoorlog met loopgraven en prikkeldraad en al die gore shit.

Tegenwoordig zie je het wel vaker: Als de hakken eenmaal in het zand zitten, dan zitten de hakken daadwerkelijk in het zand.
Een goed voorbeeld van dit fenomeen uit zich via Annabel Nanninga (opiniemaker met satirische ondertoon, uitgesproken voorstander van zwarte piet). Annabel heeft een deel van haar identiteit (en haar werk) vormgegeven rondom het grijze gebied tussen discriminatie, landsbelang en humor. Als haar identiteit wordt aangetast, dan ervaart ze dat als een bedreiging, ook al zijn de bewijzen van het tegendeel nog zo hoog opgestapeld. Psychologen noemen dit cognitieve dissonantie.
En deze analyse van ons Annabel is van mijn kant een vorm van misplaatste arrogantie. Dit soort maatschappelijke kwesties kun je ook op een andere manier bespreekbaar maken.
Maar toch, Annabel mag haar boodschap verkopen en het is jammer dat ze dat niet kan doen zonder een dagelijkse emmer stront te incasseren. Van de andere kant is het niet realistisch om te denken dat er een tijd komt dat niemand aanstoot geeft aan dat type opiniemakerij.

Click hier voor een literair hoogstandje van Annabel.

Toch denk ik dat de stiletto hakken van ons Annabel niet in beton zijn gegoten.
Kijk hier maar eens.

Dus wat gaan we doen? Blijven we hangen in een sociaal-culture impasse? Of geven we gehoor aan die doffe dreun en proberen we rekening te houden met elkaar? Dat laatste bespaart in ieder geval een hoop tijd en energie.

En wat te doen met positieve discriminatie?
Laten we daar vooral niet te moeilijk over doen.
Ik ben 1.95 meter. Dat heeft voor- en nadelen.

Ik had ook de titel “Je suis Giel… en Ismail” kunnen kiezen. Vanuit een lastig te omschrijven gevoel kies ik altijd voor de underdog. Het zal wel iets met mijn jeugd te maken hebben. Dat is meestal als je niet precies begrijpt waarom je iets doet.

Bijna alle pubers doorlopen de fase van rondhangen bij de supermarkt. Het is onderdeel van onze opvoeding. Het hoort bij de Nederlandse traditie, zou ik haast beweren.
Ik heb ook rondgehangen bij de supermarkt in ons dorp. Het was een eerste stap naar zelfstandigheid waarmee ik mijn ouders dacht te overtuigen dat hun jongste zoon zich heus wel kon gedragen als een volwassen vent.
We rookten hasj, we aten chips en we becommentarieerden toevallige voorbijgangers. Als we te veel rotjes afstaken kwam oom agent even een praatje maken.
Een stel kwajongens, dat waren we.
Maar wel goeie jongens hoor.
Goeie Brabantse jongens.

Advertisements
Aside | This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s