En verder is er niets

“Zo zo. Dat is een respectabele werkgever,” zegt Feskens.

“Dat is het,” zegt van de Mortel.

“En? Is het leuk werk?”

“Nee, het is vreselijk.”

Het geluid van dood en verderf klinkt tussen de oren van van de Mortel. Die twee dingen maken geen specifiek geluid, dat weet Van de Mortel heus wel.

“Waarom ben je daar dan gaan werken?”

“Ik had geen keuze,” zegt van de Mortel.

“Gelul,” zegt Feskens. “Je hebt altijd een keuze.”

En daar had Feskens een sterk punt te pakken.
Ook al maakt het niks uit wat je kiest, een keuze heb je altijd.
Soms blijkt jaren later dat het de verkeerde was.
Sta je daar, met al je goeie bedoelingen.
En misschien is het over twintig jaar weer andersom.
Wie (of wat) zal het zeggen.
Het leven is een soort van kettingreactie.
Je kunt een beetje afremmen of versnellen, maar dat is het dan.

“Zeg, hoe gaan we dit doen?”

Ze kijken naar hun auto’s. Deze zijn volgestouwd met huisraad van Biemans.

“Allebei een auto? Het moet er toch een keer uit.”

Zwijgend sjouwen Feskens en van de Mortel de inboedel die voortkwam uit de vechtscheiding van hun gemeenschappelijke vriend, het huis in.

’s Avonds zitten ze met z’n drieën in een bruine kroeg. Ze drinken bier en luisteren naar een singer-songwriter die met haar band op het podium staat. De jonge vrouw zingt in het Engels en ze speelt op een akoestische gitaar. Haar lichtblauwe lange jurk van dunne stof deint mee op haar ritmische stappen. Het zijn droevige liedjes, maar de singer-songwriter presenteert ze met een gelukzaligheid alsof ze voor wereldvrede pleit.

“Volgens mij heeft ze talent,” zegt van de Mortel.

“Ik denk het ook,” zegt Feskens.

“Ja, waarschijnlijk heeft ze talent,” zegt Biemans.

De zangeres kondigt het volgende nummer aan: “Feathers”.

“En vedder’s niks,” zegt Biemans.

(In Brabant ligt de humor gewoon op straat)

De zangeres vertelt dat het lied over de quality-time met familie gaat, die volgens haar altijd te kort duurt, omdat het zo fijn is, met de familie.
Van de Mortel perst zijn lippen op elkaar.

Een uurtje later zijn ze verkast naar een grotere tent. Het is gezellig druk en je mag binnen roken. Op het podium staat een surf-rockband. Het publiek gaat lekker te keer in de mosh-pit.

“Leguana deathwish?!” zegt van de Mortel.

“Nee, Iguana Death Cult!” zegt Biemans.

“Wat is dat? Iguana?”

“Weet ik veel!”

“Bier!” zegt Feskens

Gebroederlijk steekt het drietal hun plastic bekers omhoog waarna van de Mortel pleit voor een circlepit. Ze lachen alle drie want ze zijn al tegen de veertig en dan doe je dat natuurlijk niet meer. Maar toch… Stel dat er bij het podium spontaan een circle-pit zou ontstaan, dan kunnen we er donder op zeggen dat de drie mannen onderdeel waren geworden van de circulerende vleesmassa, want het zijn een stel kwajongens hoor, die van Feskens, Biemans en van de Mortel.
Maar het zijn wel goeie jongens.
Goeie Brabantse jongens.

Na het optreden zorgt de DJ voor gezelligheid op de dansvloer. Hij zet het volgende nummer in waarop enthousiast wordt gereageerd.

“Yes!” roept van de Mortel.

“Too drunk!”

“To fuck!”

Wederom met hun plastic beker in de lucht, zingen ze mee op de melodie van de monsterhit van Dead Kennedy’s.

“Bier!!!”

“Halve liters!!!”

“Snel!!!”

Als onhoudbare pubers dansen de drie vrienden op een reeks punk-klassiekers. Biemans laat zijn beste moves zien. Van de Mortel staat zelfs even te molenwieken. Feskens tapt met zijn cowboylaarzen, af en toe balt hij een vuist om zijn vrienden aan te moedigen.
Het is feest.

Dan begint de DJ een blokje reggae. Feskens, Biemans en van de Mortel proberen de DJ op andere gedachten te brengen door al spelend op een luchtgitaar voor zijn neus te headbangen, maar de DJ geeft geen krimp, zoals het hoort.
Dan houdt Feskens het voor gezien. Zijn zoontje staat de volgende ochtend om negen uur op het voetbalveld. Geef hem eens ongelijk.

Een uur later staan Biemans en van de Mortel nog steeds op de dansvloer met hun feromonen te smijten.

“Heb jij nog muntjes?!” roept van de Mortel.

“Nog vier! Twee halve doen?!”

“Bring it on!”

“Oké!” roept Biemans. “Daarna ga ik echt naar huis hoor! Morgen heb ik de kinderen!”

Het werden vier halve liters de man. Ze konden nog redelijke goed fietsen, dus het viel allemaal wel mee.

Bij thuiskomst pakte van de Mortel een blikje bier. Hij flanste een paar sigaretten in elkaar en liep naar zijn platenkast om het feestje voort te zetten met de muziek van Dead Kennedy’s.

Van de Mortel was blij dat hij die avond had kunnen vertellen over het gezin waar hij van hield. Dat het een echte gezinssituatie was, met een vader en een moeder die verliefd waren, en een dochter van zes die gelukkig was. Voor het eerst in zijn leven voelde van de Mortel een serieuze verantwoordelijkheid op zijn schouders rusten. Hij was er fier op.
De laatste tijd zegt Van de Mortel wel vaker dat hij die kleine mist. En meestal zegt hij daarna: “En we speelden altijd de slachtkoe,” zodat de andere wel haast moet vragen wat dat is, de slachtkoe, (een verzinsel van die kleine wijsneus) en dan vertelt van de Mortel over de mand met knuffels die ze omkieperden, en dat die knuffels de borden en het bestek waren waarmee ze de tafel dekten voor de cowboys, en dan riepen ze d’r moeder naar boven en die was dan de slachtkoe die ze met een sjaal doormidden hakten en daarna op de bed gooiden, op de barbecue. Ze hadden zelfs het plan om een tijdmachine te bouwen met van die grote vellen flip-overpapier die van de Mortel van zijn werk had gejat.
Het is er, jammer genoeg, niet van gekomen.
Hij kon het niet meer.

Ineens dacht van de Mortel aan de volgende dag.
Hij dronk een glas cola en smeerde een paar boterhammen met zelfgemaakte eiersalade.
Onder het eten keek hij op Youtube naar een wazig filmpje over een man en een vrouw die over het strand lopen, over een donkere snelweg rijden. Precies op de maat van muziek explodeert een auto, waarop zij begint te lachen. De man rookt een sigaret en weet zich geen houding te geven.
Dan liggen ze in het hoge gras.
Zij ligt met haar hoofd in zijn schoot.
Hij blijft cool.
Ze lijken haast collega’s.
Ze zijn wel oké.

Advertisements
This entry was posted in Korte verhalen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s