Mannen zonder vrouw

Sinds kort kan ik zijn naam uitspreken zonder de letters te visualiseren:
Haruki Murakami. Een Japanse schrijver van bestsellers.

Twee bevriende muzikanten raadden (onafhankelijk van elkaar) zijn werk aan. Reeds jaren geleden zeiden ze: ‘Echt iets voor jou!’ De ander: ‘Dat ga jij gaaf vinden!’
Vorige week bestelde ik een tweedehandsje op internet. Welke titel uit zijn oeuvre het zou worden, was gauw bekeken.
En inderdaad, de stijl van ons Haruki is op mijn lijf geschreven.

‘Op allerlei manieren. Ik heb van alles geprobeerd. Maar waar het in feite op neerkomt is zo negatief mogelijk over haar te denken. Ik ga op zoek naar allerlei gebreken, of naar al de minder goede punten die ik maar kan vinden, en daar maak ik een lijst van. En die herhaal ik dan steeds in mijn hoofd, als een soort mantra, en dan houd ik mezelf voor dat ik van zo’n soort vrouw vooral niet meer moet gaan houden dan nodig is.’
‘En is het gelukt?’
‘Niet erg,’ zei Tokai hoofdschuddend. ‘Een van de redenen is dat ik niet erg veel negatieve kanten in haar kan ontdekken. Een andere is dat ik mezelf door die negatieve kanten ontzettend aangetrokken voel. En verder kan ik het onderscheid niet meer maken tussen wat te veel voor me is en wat niet. Die scheidingslijn kan ik niet goed meer zien. Het is voor het eerst in mijn leven dat ik zulke onsamenhangende, onontwarbare gevoelens koester.’
Ik vroeg hem of hij in alle jaren dat hij met zo veel vrouwen was omgegaan ooit zo erg in de war was geweest.
‘Dit is voor het eerst,’ zei hij droog. Daarna haalde hij van ver achterin een oude herinnering tevoorschijn: ‘Nu je het zegt, op de middelbare school heb ik iets ervaren wat er op leek – heel kort maar. Pijn in het hart als ik aan iemand denk, nauwelijks in staat om aan iets anders te denken… Maar dat was niet wederzijds; mijn gevoelens werden niet beantwoord. Nu is het compleet anders. Ik ben nu een volwassen kerel, en zij en ik hebben een seksuele relatie. Waarom ben ik dan zo hoteldebotel? Als ik nog langer aan haar blijf denken, gaat mijn gezondheid er nog onder lijden. Het is niet goed voor mijn spijsvertering en mijn ademhaling.’
Hij zweeg even, alsof hij wilde controleren of zijn spijsvertering en zijn ademhaling nog wel goed functioneerden.
‘Als ik het zo hoor, doe je enerzijds moeite om niet te veel van haar te gaan houden, maar tegelijkertijd verlang je er net zo hard naar om haar niet te verliezen,’ zei ik.
‘Dat heb je goed gezien. Mijn gevoelens spreken elkaar tegen. Ik scheur mezelf in tweeën: ik verlang naar twee tegenovergestelde dingen tegelijkertijd, en dat lukt nooit, hoeveel moeite ik ook doe. Maar ik kan niet anders. Ik wil haar niet verliezen. Als dat zou gebeuren, zou ik zelf ook ergens verloren gaan.’
‘Maar ze is getrouwd, en ze heeft een kind.’
‘Dat klopt.’
‘Hoe denkt zij trouwens over jullie verhouding?’
Tokai hield zijn hoofd schuin terwijl hij naar woorden zocht.

Uit Mannen zonder vrouw.
(Vertaald uit het Japans door Jacques Westerhoven)

Advertisements
Aside | This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s