De man met de bloemen

Jaren geleden las ik een artikel over de gevolgen van roken. Het schijnt dat wanneer je vóór je veertigste stopt, dat je daar op latere leeftijd nauwelijks nadelige effecten van ondervindt.
De tijd vliegt.

In de Albert Heijn sta ik in de rij voor sigaretten. Deze ochtend werkt Fransje achter de toonbank (ik mag Fransje zeggen). Ze helpt een jonge moeder aan twee pakjes Stuyvesant. Voor me staat een man met een stevige snor. De uiteinden van de donkergrijze snorharen zijn lichtbruin. Hij houdt een bosje bloemen vast.
De jonge moeder volgt de bewegingen van haar vrolijke zoontje. Die kleine staat een meter naar rechts en wijst naar de bontgekleurde aanstekers achter het display van plexiglas. Hij brabbelt een paar lettergrepen. Fransje lacht naar het ventje.
“Afblijven. Gevaarlijk,” zegt de moeder, maar het lijkt alsof de wijsvinger van haar zoon tegen het plexiglas is gelijmd. Ze pakt de mouw van zijn jas en trekt hem naar zich toe.
Na het afrekenen zwaait Fransje naar hem. Hij zwaait terug en bekijkt haar aandachtig. Een ondeugende grijns verschijnt op zijn snoet. Ik snap dat wel. Fransje heeft namelijk een heel knap gezicht en ze is altijd bijzonder vriendelijk. Over een jaar of twee gaat ze met pensioen (dat heeft ze me een keer verteld) maar dat zie je er niet aan af hoor. En ik weet zeker dat meer mensen het zeggen, dat ze er nog zo goed uitziet.
Sinds ik hier boodschappen doe, staat Fransje op doordeweekse ochtenden achter de servicebalie. Ik koop mijn tabak het liefst bij haar.

Dan is de man met de bloemen aan de beurt. Hij legt het bosje op de toonbank. Met de andere hand pakt hij zijn portemonnee.
“En een pakske…”
“Ach, wat lief. Had u niet hoeven doen,” onderbreekt Fransje hem. Ze knippert een paar keer met de ogen.
“En een pakske Jacobs mee Mascotte,” zegt de man. Zijn toon steekt af tegen het fleurige boeket. Hij opent zijn portemonnee, pakt een briefje van twintig en reikt het aan. Fransje kijkt naar het biljet.
“En een pakske Jacobs mee Mascotte,” zegt hij nu met iets van strengheid. Voor de tweede maal hangt een moment van stilte over de toonbank.
Ik zie alleen zijn achterhoofd, maar het is duidelijk dat hier geen dolletje wordt gemaakt. De man heeft niet in de gaten wie hij voor zich heeft.
Het eeuwig vrolijke gezicht van Fransje is inmiddels omgeslagen naar een blik die zou kunnen doden. Zelfs in het immer gemoedelijke Brabant bestaan grenzen!
Dan draait ze om en pakt de gewenste shag met vloeitjes uit het schap. Ze scant de producten en tovert de mooiste glimlach terug op haar gezicht.
“Dan wordt het samen dertien euro vijfenveertig, alstublieft. Zit er een cadeautje bij?”
De man gromt alsof iemand hem wakker maakt uit zijn middagdutje. Hij wappert nog eens met het briefje van twintig.
Fransje pakt het aan en telt het wisselgeld uit.
“Alstublieft, meneer. En dan wens ik u nog een hille fijne middag.”
De man grist het bosje bloemen van de toonbank. Onderwijl hij naar de uitgang beent, stopt hij het wisselgeld in zijn broekzak.
Fransje kijkt hem nog even na. Ze fronst haar wenkbrauwen en schudt langzaam van nee.
Ik loop naar de balie. Met mijn hoofd wijs ik naar opzij, in de richting van de uitgang.
“Die heeft thuis iets goed te maoke denk,” zeg ik.
Fransje knikt en zegt: “En nie alleen toois denk.”
We grijnzen allebei.
Gelukkig maar.
“Voor jou hetzelfde, Emiel?”
“Heel graag,” zeg ik.
Ze pakt een kleine pot blauwe Pall Mall.
“Emiel, hedde gij nog hulzen genogt?”
“Heb ik nog. Dankjewel, Fransje.”
Tijdens het afrekenen denk ik aan de eerste keer dat we een praatje maakten. Het is al jaren geleden. Ik kwam vier sloffen Marlboro halen en zei:
“Hierna ga ik stoppen. Ik zweer het oe.”
Waarop Fransje zei: “Da zedde gij, joa.”
Toen schudde ze op dezelfde manier met haar hoofd zoals ze daarnet deed bij de man met de bloemen. Fransje zag het, dat ik het niet kan, dat ik zo sterk ben als een nat vloeitje.

Tijdens de wandeling naar huis loop ik een vrouw tegemoet. Van afstand is te zien dat ze hoogzwanger is. Een hand ligt op haar grote buik. Ze loopt rechtop, maar haar hoofd buigt naar de grond. Met kleine pasjes en haar benen iets uit elkaar, waggelt ze over de stoep. Haar lange onverzorgde haren deinen mee in het tempo van haar voetstappen. Omdat haar gezicht naar de grond wijst, zie ik alleen het puntje van haar neus.
Ze draagt een rood joggingpak over een wit shirt. Haar donkerblauwe Adidas-slippers slepen over de tegels.
Gezien de omstandigheden kun je zeggen dat ze goed bezig is. Even de benen strekken, een frisse neus halen. Ja hoor, ze is gewoon heel goed bezig.
Als we elkaar tot op een paar meter zijn genaderd, begint ze naar de stoep te wijzen. Dan hoor ik haar snel tellen: 72, 73, 74, 75…
Haar wijzende vinger beweegt nu mee met de oplopende cijferreeks. Eerst fluisterde ze, maar bij iedere pas die ze zet, neemt haar stemvolume toe. Met een plat Brabants accent roept ze nu bijna: 79, 80, 81, 82…
We lopen elkaar voorbij en mijn oog valt op de hand die op haar buikt rust. Een niet-aangestoken sigaret klemt tussen haar vingers. Stoïcijns telt ze door: 88, 89, 90, 91….

Het is niet moeilijk om een betekenis te geven aan deze opeenvolgende situaties, maar ik ben daar niet zo vatbaar voor. Toeval bestaat alleen als het goed uitkomt.

Thuis rook ik vier sigaretten. Daarna vind ik het tijd voor een middagdutje. Nu ik een volwaardige veertiger ben, durf ik dit soort lamlendigheid met droge ogen op te biechten.
Tijdens het uurtje op bed, droomde ik over een duet met Roxeanne Hazes. Het was geen toeval. De verklaring is zo simpel als boterkoek.
Roxeanne zong haar nieuwe singel bij DWDD. Levenspop of indieschlager, noemt ze het zelf. Het was een liedje over de liefde. Toevallig ben ik ook dol op bitterzoete popmuziek, en nog toevalliger behoren roodharige vrouwen met rondingen tot mijn favoriet. En als ze dan ook nog eens een goed lied zingt…
Enfin…
Ik droom wel vaker over muziek, maar het lijkt dan alsof een hypermoderne audiofilter alleen de sfeer en de intentie van het gespeelde doorlaat. Nergens een spoor van melodie of ritme, en toch maken de beelden het zo levensecht dat ik precies weet hoe het klinkt. Zo ook bij de droom over het duet met Roxeanne. Waarschijnlijk was het Nederlandstalig, maar geen woord dat mijn vermoeden kon bevestigen. Ons duet symboliseerde het vergeten leed en de hereniging van de liefde. Een echte kaskraker.
Ik had de eer het eerste couplet te zingen. Het tempo was langzaam en pianoakkoorden vulden de ruimte tussen twee zinnen. Het optreden speelde zich af in een setting die ik tijdens het dagdromen wel eens inbeeld: Een breed en hoog podium met een grote line-up. Alleen de beste muzikanten zijn door de strenge auditie gekomen. Ik zie een zeskoppig achtergrondkoor en naast de drummer staat een percussioniste. Ze is slank en knap en heeft een grote bos wilde krullen. Natuurlijk draagt ze een hemdje met tijgerprint, want alle vrouwelijke percussionisten dragen een tijgerprint.
De lichtshow begint rustig. Meer dan een draaiende discobol en een volgspot is niet nodig. Ik zit op een barkruk met één voet aan de grond, in een Italiaans op maat gesneden pak en glimmende schoenen. Manchetknopen, vier ringen aan mijn linkerhand, alleen de ringvinger moet het zonder doen.
Tijdens de brug komt het podium tot leven. Het tegenlicht maakt een silhouet van mij. Een lensflare zorgt voor prachtig beeldmateriaal.
Dan ga ik staan en steek een hand uit naar de andere kant van het podium. Alsof de topjes van mijn vingers magische krachten bezitten, worden prompt drie volgspots gericht op het punt dat in het verlengde ligt van mijn wijzende hand.
“Ladies and gentleman! Miss Roxeanne Hazes!”
Op de seconde nauwkeurig stapt Roxeanne in de witte lichtbundels. De stadionverlichting springt aan en de volgepakte tribunes juichen en gillen bij het zien van haar verschijning op de gigantische videoschermen.
Goddamn…
Het podium wordt nu volledig in het licht gezet. De band zwelt aan en de drummer luidt het tweede couplet in met een drumfill in triolen.
Terwijl Roxeanne haar warme stem laat horen, loopt ze langzaam naar het midden van het podium. Om de andere pas, slaat de hoge spit van haar donkerblauwe avondjurk open waardoor een lange reep van haar been wordt blootgegeven. Vuurrode haren bewegen langs haar blote schouders. Hoge klassieke pumps maken haar elegant en sexy tegelijk. Te veel sieraden zouden afbreuk doen aan haar schoonheid. Alleen een dun glinsterend enkelkettinkje eist mijn aandacht op. Mijn ogen dwalen langs haar kuiten, langs haar knieën en door naar haar bovenbeen. Door naar het naakt van haar stevige dijen achter de vleeskleurige glanspanty.
We kijken elkaar aan en glimlachen.
Toen werd ik wakker.
Dat heb ik altijd als het leuk begint te worden.

Lange tijd was Eefje de Visser mijn ideale partner voor een duet. Niet dat ik haar aanbod zou afslaan. Absoluut niet! Maar als ik moet kiezen, dan kies ik Roxeanne.
Definitely Roxeanne.

Advertisements
This entry was posted in Korte verhalen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s