NS geeft toe: “Genderneutraal aanspreken is ironisch bedoeld”.

Ironie, ik ben er fan van. Satire, cynisme, persiflage en sarcasme, ik vind het allemaal fantastisch. Naar aanleiding van een aantal publicaties concludeerde ik jammer genoeg dat de stijlfiguren multifunctioneel zijn geworden.
Het chronologische verslag.

Dinsdagmiddag 1 augustus 2017
Journalisten Esther Voet en Annabel Nanninga deden in 2015 aangifte van doodsbedreiging. Een destijds 18-jarige jongen twitterde anoniem: “Mag ik een prijs van €100 duizend uitreiken voor degene die mij het hoofd van @ANanninga en @Esther_voet brengt”.
De zaak werd dinsdag jl. behandeld en de advocaat van de bedreiger meldt dat zijn cliënt een grapje maakte, dat hij het satirisch bedoelde. Het was een reactie op een tweet van het duo.
De rechter besluit onderzoek te doen naar de context waarin de berichten van zowel de bedreiger als de berichten van Voet en Nanninga waarop mogelijk werd gereageerd.

Rond dezelfde tijd
publiceert The Post Online een podcast met Roderick Veelo en Bert Brussen. Genderneutraal aanspreken staat op de agenda en Bert waarschuwt zijn publiek al schuimbekkend, dat de NS met “Beste reiziger” een eerste stap zet richting een totalitaire regime zoals in Orwell’s 1984. De taal- en gedachtenpolitie staan op de stoep! De passie waarmee Brussen zijn luisteraars toespreekt, is behoorlijk geloofwaardig. Als je de achtergrond van TPO niet kent, kun je vermoeden dat het einde van de wereld nabij is.

The Post Online is de werkgever van Nanninga. De nieuwssite verwelkomt ongeveer 1 miljoen bezoekers per maand. TPO is, naar eigen zeggen, een platform zonder ideologie en dogma’s, opererend onder het motto: ‘Voorbij het eigen gelijk.’ 
Politiek, maatschappij en cultuur zijn de meest voorkomende onderwerpen. De redacteuren maken (niet altijd) gebruik van ironie, humor en sarcasme waarmee ze het motto ondersteunen. Je hoeft het niet te lezen, zo luidt het advies van CEO Bert Brussen. Ook Nanninga verdedigt haar columns door ironie en satire te claimen. Reacties op het nieuws van TPO geven aan dat het platform serieus wordt genomen. Reaguurders maken zich regelmatig schuldig aan doodsbedreiging en oproepen tot haat en geweld tegen minderheden of mensen met een andere mening. Het is niet om te lachen.

Als ik wil lachen, dan surf ik naar De Speld.
De Speld is er puur voor het vermaak. Deze grappenmakers gooien de context van actualiteiten compleet overboord en overspoelen het met ironie, satire en persiflage. Voor een dagelijkse portie schijtlolligheid zit je hier gebakken. (De Speld is mijn lievelings). Maar geloof het of niet, hordes mensen namen deze satire bloedserieus. Tegenwoordig gaat het een stuk beter.

Woensdag 3 augustus
TPO publiceert een spraakmakende column van Paul Cliteur. De hoogleraar staat vooral bekend om zijn duidelijke mening aangaande migratieproblematiek. In dit artikel waarschuwt hij voor occidentofobie (haat tegen de westerse cultuur). Niet alleen radiale moslims in het Midden-Oosten en Europa, maar ook autochtone Nederlanders haten hun cultuur en dat moet gestopt worden met draconische maatregelen zoals een (en nu komt het) taal- en gedachtenpolitie.
Logische vraag: Wordt Bert Brussen door Cliteur in de zeik gezet, of zitten ze samen op het toilet? (een rijmgrapje, ha ha)

Half Nederland gaat met elkaar in discussie om die vraag te beantwoorden. Het is een soort wedstrijd van de zogenaamde ‘deugbrigade’ tegen de zogenaamde ‘tokkie-elite’. Het gaat er stevig aan toe. Bert Brussen strooit her en der met doodsbedreigingen. Ironisch bedoeld natuurlijk.

Die avond
reageert Rob Wijnberg met een column op De Correspondent. Hij vermoedt dat Cliteur provoceert om een discussie op gang te brengen. Zeker weten doet hij het niet: “Iets diep in mij hoopt oprecht dat Cliteur hiermee een stukje satire heeft bedreven, maar afgaande op de bloedserieuze reacties eronder, onder andere van TPO-hoofdredacteur Bert Brussen, vrees ik het ergste.”

Donderdag vroeg in de ochtend
verschijnt in Elsevier een interview met Cliteur waarin hij nogmaals uitlegt wat occidentolomie is. De gevreesde taal- en gedachtepolitie laat hij dit keer achterwegen. Over ironie en satire wordt niet gesproken.

Dan
mengt Bert Brussen zich in de discussie met een artikel waarin hij de kont van de moeder van Wijnberg vergelijkt met die van een wit paard. Daaronder plaatst hij een enquête met de vraag of deze vergelijking (en/of Cliteurs column, dat mag je zelf bepalen) ironisch moet worden opgevat.
Ook Nanninga heeft inmiddels uit betrouwbare bron vernomen dat Cliteur een geintje heeft uitgehaald. Ze reageert op Twitter:
“LOL. Domme @robwijnberg. Lees eens ‘islamofobie’ voor ‘occidentofobie’. Met #boter & #suiker, lieverd.”

Lieve mensen, het was maar een grapje. Trek eens aan m’n vinger! Ha ha! Natuurlijk hoeft niemand te vrezen voor taal- en gedachtenpolitie van Cliteur, ook niet voor die van Bert. Eerst was het serieus, nu is het ironie. Gewoon een woordje vervangen met ctrl+H. Niks aan de hand. Echt niet.

Enfin…

De spanning stijgt want Cliteur heeft de geclaimde ironie nog niet bevestigd.

De uren daarna
duikelen opiniemakers over elkaar om collega’s en concurrenten er van te overtuigen dat ze heus wel begrepen dat Cliteur een grapje maakte. Allemaal lachen ze het hardst om de val waarin het zogenaamde ‘Social Justice Warriors’ zijn getrapt. Maar ze houden ook allemaal een slag om de armNatuurlijk, ik weet niet of Paul Cliteur écht een partij 4D-schaken aan het spelen is hier. Misschien is hij wel oprecht aan het radicaliseren dan wel dementeren. Maar het resultaat mag er zijn. De dubbele maatstaven zijn in ieder geval weer eens mooi zichtbaar.
Want stel dat het geen ironie is, dan moet je nog wel kunnen aantonen dat je aan de goede kant staat. Dat is logisch.

Donderdagavond publiceert iemand dit artikel.

NS geeft toe: Genderneutraal aanspreken is ironisch bedoeld.
“Alsof dat handjevol transgenders ons uit de rode cijfers gaat halen,” grinnikt Ernst-Jan van Bennekom, de topmanager van het vervoersbedrijf.
“Als je ‘minder deftig’ leest voor ‘genderneutraal’ dan begrijpt zelfs een ezel wat we bedoelen. Tjonge jonge zeg… wat een mongolen.”
Op de website van de NS staat inmiddels een aankondiging van de MinderMinder-vertraging-campagne.
“Negatieve publiciteit is ook publiciteit!”
zegt van Bennekom. Een hoestbui barst in hem los. Hij pakt zijn buil zware shag om er eentje te draaien.

Einde bericht.

100.000 wortels
Intussen wachten we nog steeds op een officiële reactie van Cliteur zelf. Het is net als in de zaak van Voet/Nanninga, waar de rechter nog moet beslissen of de satire van de bedreiger en de aangeefsters terecht wordt geclaimd en toegewezen.
En daarom vind ik deze zaak zo interessant en zo… zo ironisch.
Het wordt een lastige zaak want duidelijke jurisprudentie is er niet. De bedreiger van Pechtold werd in hoger beroep veroordeeld tot vier weken cel, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De dader schreef op facebook: “Pechtold, je moet n kopschot hebben.” en plaatste daarbij een foto van een vuurwapen. In deze zaak zijn ironie en satire niet ter sprake gekomen en de bedreiger stelde geen vraag. Vanwege deze verschillen is dit geen duidelijke jurisprudentie en zal de rechter wellicht een nieuwe afweging moeten maken voor wat betreft de hoogte van de straf voor de bedreiger van Voet en Nanninga. Reuze spannend!

Ergens begrijp ik het verweer van de bedreiger wel. Niet dat hij onschuldig is, maar iedere kip voelt aan dat de ironie van zijn tweet druipt. Ik bedoel: De hele wereld heeft zes seizoenen van The Sopranos de tijd gehad om te weten dat een moord op bestelling geen 100.000 euro kost! Als je ‘100.000 wortels’ lezen voor ‘100.000 euro’ dan wordt het een heel ander verhaal.

We kunnen stoppen met het vechten om de waarheid. Discussiëren is niet meer nodig. Schoppen en slaan heeft geen zin. Beledigen en bedreigen is voor watjes.

Ironie gaat verder waar de vrijheid van meningsuiting stopt.
Een mening is waardeloos zonder ironie.
Blof heeft een nieuwe singel: “Alles is ironie.”
Wil je vliegen? Knip met je vingers en zeg “ironie.”
In 2020 betalen we met de iro.
Wie het eerst “IRONIE” roept, gaat door naar de volgende ronde.
Ironie is het beste argument én tegenargument.

Bestrijd ironie met ironie en win altijd.

Advertisements
Posted in Uncategorized | 1 Comment

Kom af naar Stilburg!

Sounds 29 6

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Spatelen in vrijheid

Als ik ooit een cafetaria ga uitbaten, dan kunnen mijn klanten kiezen tussen gepompte mayonaise of gespatelde mayonaise. Detail en nuance vind ik gewoon heel belangrijk, zeker als het om de mayonaise gaat.

Bovendien leven we in vrij land. Dus wie ben ik om te bepalen hoe iemand de mayonaise geserveerd wil krijgen. Keuzevrijheid is een goed recht en mijn cafetaria zou daarin uitblinken.

Als ik mag kiezen, dan kies ik voor de spatel. Er zit geen stylist in mij. Vraag me niet om perfectie te leveren. Ik hou van onvolkomenheden.

Pompen doe ik graag, maar ik ben een spatelaar.

pomp spatel

Image | Posted on by | Leave a comment

Opmerkelijk nieuws week 11:

Een willekeurige website met actualiteiten:

– Disney-prinsessen in rechtszaal
– Belg vangt karper… op straat
– Illegale slachterij op kinderboerderij
– Aapje veroorzaakt grote stroomstoring in Kenia
– Italiaan spreekt Frans na hersenbeschadiging
– Flamingo gespot bij Zuidlaardermeer
– Belgische bieren worden emoji.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Tasje voor de muzik(l)ant

De reclame op een plastic boodschappentas vertegenwoordigt een mediawaarde/omzet van gemiddeld 75 eurocent. Reclamedeskundigen komen tot dit bedrag d.m.v. de volgende berekening:
(1 cent per view) X (25 views per gebruik) X (3 gebruiken per tasje) = 75 cent.
Winkeliers genereren deze omzet door plastic tasjes aan te bieden. En tegenwoordig moeten ze daar geld voor vragen. Kortom: het plastic tasje is kei goeie handel.

Vanwaar deze informatie?
In 2002 kocht ik een pc met internet. Myspace was toen nog helemaal hot. Sinds de ontdekking van sociale media, denk ik veelvuldig aan een nieuw verdienmodel voor de verouderde muziekindustrie. Het is een leuke hobby.
Vandaar.

De inspiratie voor mijn nieuwe hobby was niet aan te slepen. Door mijn rechter wijsvinger te bewegen, kon ik de ganse wereld laten luisteren naar mijn muziek. Het was een machtig gevoel, dat geef ik rustig toe.
Sociale media is van onschatbare waarde voor muzikanten, en het mooiste is: Het is voor gratis! Voor noppes! Alsjeblieft! Zo van: ga jij maar lekker omzet genereren voor jezelf!
Ineens konden muzikanten hun promotie zelf gaan regelen. Vanwege het persoonlijke contact met de fans (en de klanten), konden ze dat tien keer beter dan hun manager, uitgever, booker en PR-assistent samen. Deze vier partijen maakten een dansje van geluk. De dalende inkomsten konden worden opgevangen door het gros van de promotieactiviteiten “uit handen te geven”. Marktwerking heeft voor- en nadelen.

Tegenwoordig verdienen multinationals zoals Facebook en Youtube grof geld aan muzikanten. Ze krijgen dit voor elkaar om drie redenen:
1. Ze hebben een groot marktaandeel;
2. Ze ondernemen binnen de mazen van de wet;
3. Ze leveren een goed product (voor gratis).
Muzikanten worden – als ik het een beetje dramatiseer – gedwongen dit product te gebruiken. Op zich is dat prima, de klanten zijn immers van iedereen. Toch deel ik de mening onder muzikanten dat met name deze twee multinationals, onevenredig veel winst maken in vergelijking tot muzikanten, die notabene de omzet genereren.

Mijn nieuwe hobby liep al snel tegen een muur aan. Wat bleek nou: het auteursrecht voor muzikanten is een enorme bitch.
Om deze complexe materie beter te begrijpen, ben ik lid geworden van BAM: Beroepsvereniging voor auteur-muzikanten. Sindsdien ben ik een stuk wijzer geworden op dit gebied.
Zo weet ik nu dat, als het een beetje meezit, er binnen twee jaar nieuwe Europese wetgeving is waarmee grootverdieners als Facebook en Youtube verplicht worden om ietsje meer te betalen voor content met auteursrecht. Als het tegenzit, gaat dat langer duren.

De hamvraag bij het maken van deze nieuwe wet- en regelgeving is:
Hoeveel waarde heeft een view op Youtube voor de muzikant? (neem duizend views, dat rekent wat makkelijker).
Ik voorzie een juridische loopgravenoorlog eer daar een getal aan hangt. Youtube heeft namelijk één hele dikke troef in handen: Zij genereren omzet voor de muzik(l)ant.

De liberaal in mij zegt dat Youtube van mening is dat die omzet heul hoog is (maar dan ook écht heul). De socialist zegt dat het ook anders kan.

Tevens kun je mijn debuutroman bestellen op voordekunst.nl
Voor €20,- ligt een gesigneerd exemplaar bij jouw op de deurmat.
Dat is bekant voor gratis!

https://www.voordekunst.nl/projecten/5300-export-roman-1

Aside | Posted on by | Leave a comment

Amy Winehouse over de wereld, en dat soort dingen.

De deurbel gaat. Sinds ik hier woon, heeft er nog nooit iemand ’s nachts voor de deur gestaan.

Ja, vorig jaar een keer. Toen werd mijn nachtrust verstoord door het bonzen op ramen en deuren en de deurbel die seconden lang werd ingedrukt. Ik veerde op en trok de gordijnen open om te zien wie of wat. De buurvrouw stond onder mijn raam. Ze riep dat er brand was bij Terry, onze buurman. Met een wapperende vinger wees ze naar het pand van onze straatgenoot. Ik opende het raam, stak mijn hoofd naar buiten en zag hoe donkergrijze rookpluimen door het ventilatierooster van Terry’s woning naar buiten werden gedrukt. De sirene van een brandweerwagen klonk in de verte. Dus toen heb ik de wodkafles even aan m’n mond gezet, om daarna weer rustig te gaan slapen.

Mijn deurbel is zo’n ouderwetse van metaal, aangeslagen door een elektrisch aangedreven kloppertje, ook van metaal. Met een snelheid als de tongslagen van een adder worden de indringende frequenties aangemaakt. Metaal op metaal. Vanuit de hal het trapgat in, om daar versterkt te worden als in de hoorn van een blaasinstrument.

Deze keer klonk de deurbel niet lang genoeg om een urgente indruk te maken. Maar het was ook niet zo kort dat het onopgemerkt zou kunnen blijven. Het was een voorzichtige uitnodiging. Huis-aan-huisverkoop, een collecte, de buurjongen die zijn voetbal over de schutting schoot. Maar het is nacht.
Wie kan dit zijn?
Als ik bijna weer in slaap val, rinkelt de deurbel nogmaals. Wederom zonder aandringen.
Dan hoor ik een mannenstem. Twee mannenstemmen. Twee mannen staan in het holst van de nacht bij mij voor de deur. Ze praten rustig, bijna fluisterend. Ik sluit mijn ogen en probeer iets van de conversatie op te vangen. Het zijn geen lange zinnen, hooguit vier of vijf woorden per beurt. Ik kan er niet veel wijs uit. Het klinkt niet bedreigend, zorgwekkend evenmin.
“Oké,” hoor ik er eentje zeggen.
Voetstappen op de straatstenen. Lange passen met houten hakken. Iedere stap wordt opgevolgd door een zachte echo die je alleen hoort als er geen kip op straat is. Dan blijft de man staan.

Ik krijg een schok te verwerken vanwege een tikje tegen mijn slaapkamerraam. Een volgende druk op de deurbel was te verwachten, en als deze een aantal seconden was ingedrukt, dan had ik daar niet eens raar van staan te kijken. Maar dit had ik dus niét verwacht. Eén van de mannen moet een steentje hebben opgeraapt.
En wéér een tikje. Godnondeju! Meteen daarna:
“Hé, mooie leipo! Word eens wakker!”
Godzijdank. Een bekende stem, al weet ik zo gauw niet van wie. Het is goed volk, geen twijfelen aan. Die andere man ken ik nog niet. Maar degene die me riep, die weet wie ik ben.
Ik spring uit bed, trek een T-shirt aan. Een korte blik in de spiegel laat me glimlachen omdat een plakwimper is achtergebleven op mijn hoofdkussen. Zwarte make-up all over the place. Ik zie er uit om op te schieten. Dat zijn ze hier wel van mij gewend.
Vol verwachting ruk ik de gordijnen open en meteen begin ik te gillen van opwinding als ik zie wie de nachtelijke bezoeker is. Hij staat aan de overkant van de straat onder het witte licht van een lantaarnpaal. Nonchalante als altijd, wijdbeens met zijn handen in de zakken. Die ontwapenende grijns heeft hij nog steeds niet verloren. Terwijl ik het raam open maak, zwaait hij naar me. Zijn zwarte vingerloze handschoenen, lange donkere haren over de schouders van zijn spijkerjack, en natuurlijk een zonnebril. Joey draagt altijd een zonnebril.
“Joey!” roep ik als ik het raam open duw.
“Hé, kleine tijger,” hoor ik onder me.
“Dee Dee!”
Ik gil nog een keer met de handen voor m’n mond. “Wat de fuck doen jullie hier?!”
“Sssst, niet zo hard,” zegt Joey half lachend. “Je maakt de hele straat nog wakker met dat gekrijs.”
“Ja maar? Ja maar?” Ik kan nog steeds niet geloven dat de gebroeders Ramone bij mij voor de deur staan.
“We hebben goed nieuws,” zegt Dee Dee.
“Wacht, ik kom er aan!”
Ik roffel de trap af, trek de voordeur open en spring in de open armen van Joey. Hij pakt me lekker stevig vast. Zijn lange lijf tilt me even van de grond. Eigenlijk wil ik hem beklimmen en mijn neus in zijn hals drukken, zijn volwassen mannenstank naar binnen zuigen als de eerste sigaret van de dag. Joey kust me op de wang en geeft me een gemoedelijk duwtje richting Dee Dee. Nog zo’n heerlijke stinkerd die het podiumzweet niet meer uit zijn systeem krijgt. Dee Dee is wat minder hoffelijk van aard. Hij pakt mijn hoofd met twee handen en geeft een kus op m’n mond. Dee Dee is een schatje.
“Kind, wat ben ik blij jou weer te zien.” Hij glimlacht met pufjes lucht door zijn neusgaten. “Was het gezellig gisteren?”

61737d8c5c983f8161979d0280bdf93f

Joey en Dee Dee Ramone

Om beurten kijk ik ze aan. Ze zijn groot en wild en stoer, en ze komen speciaal voor mij. We zijn geen familie maar het voelt alsof ik hun zusje ben. Ik hou van deze gasten.
Joey neemt zijn zonnebril af – een uitzonderlijke vertoning. Hij blijft me aankijken met jongensachtige ogen. Een nieuwe golf van opwinding trekt door m’n lijf. Met trappelende voeten op de koude stoeptegels, ga ik tussen beiden staan, sla ik mijn armen om hun middel. Als een gigantische koptelefoon druk ik hun borstkassen tegen mijn oren. Ik wrijf mijn handen snel en stevig over hun ruggen.
“Mogen we even binnenkomen?” zegt Joey.
“Ja, ja. Kom binnen, kom binnen. Willen jullie een biertje?”
Natuurlijk lusten ze een biertje.

Joey en Dee Dee lopen de huiskamer binnen. Terwijl ik de voordeur sluit, vraag ik waarom ze in godsnaam midden in de nacht op visite komen, en waarom ze in godsnaam niet eerst even konden bellen, dan had ik me iets feestelijker kunnen kleden. Voor de spiegel in de hal trek ik de overgebleven plakwimper los. Normaal gesproken doet dat even pijn, maar nu is het niets meer dan een kriebeltje.
“We kregen een spoedklus van de Elvis,” zegt Joey vanuit de woonkamer.
“Echt waar? Wauw!” Als Elvis een spoedklus heeft, dan is het ook daadwerkelijk een spoedklus. Ik ben zó benieuwd. “Vertel! Vertel!”
“Pak eerst eens onze biertjes en kom dan even rustig zitten.”
Dee Dee neemt mijn akoestische gitaar uit het standaard en gaat ook aan tafel zitten. Hij onderbreekt zijn spel als ik een blikje kouwe tets voor z’n neus zet. We proosten op de koning en nemen de eerste slok. Een moment van berusting zweeft door de woonkamer. Dee Dee laat een boer.
“Oké!” zeg ik met een aanmoedigende pets op tafel. “Voor de draad er mee.”
“Luister, Amy,” zegt Joey. Hij laat een tactische stilte vallen. “Het loopt daar beneden helemaal uit de hand en Elvis heeft er zo onderhand schoon genoeg van. Hij heeft besloten om actie te ondernemen.”
“Een interventie? Ja, echt?”
“Nou, je moet het iets genuanceerder zien. Hij gaat zelf niet naar beneden, althans, voorlopig niet. Hij heeft ons gevraagd om uit te zoeken of er iemand vrijwillig wil gaan. Hij heeft ons gevraagd eerst bij jou aan te bellen.”
“Dit meen je niet?”
“Ja, Amy. Jij mag, als je wilt, naar beneden. To kick some ass!”
“Mijn god…”
“Je mag er rustig over nadenken. Het heeft geen haast.”
Ik neem een grote slok van mijn bier en steek een sigaret aan.
“Godsamme. Je overvalt me.”
“Het heeft geen haast. Echt niet.”
“Joey, het is diep in de nacht en wij zitten aan het bier. Vind je het oké dat ik vermoed dat het weldegelijk haast heeft?”
“Ja, sorry… Er zit inderdaad behoorlijk was spoed achter. Sterker nog, je moet een beslissing nemen voor die sigaret op is.”
We kijken naar de sigaret tussen mijn vingers die voor een kwart is opgebrand.
“Ach, kom,” zeg ik. “Zo erg kan het beneden toch niet zijn? Het zal wel loslopen. Toch?”
“Wil jij het risico nemen?” vraag Joey.

Dee Dee speelt het intro-rifje van Metallica’s Harvester of Sorrow.

De actualiteiten van de laatste weken schieten door m’n hoofd.
Een koude rilling trekt over mijn rug.
Elvis heeft niet voor niks een interventie op het oog.
Ik leg de sigaret in de asbak en steek een nieuwe op. Dee Dee geeft een knipoogje.
“Waarom ik? Waarom heeft hij Lennard niet gevraagd? Of David?”
“Lennard en David moeten nog even bijkomen. Dat gaat echt nog niet,” zegt Joey.
“Ja, oké. Maar waarom ik?”
“Lieverd, je hoeft niet te gaan.”
De sigaret is inmiddels voor meer dan de helft opgebrand.
“We dachten dat jij het misschien wel leuk zou vinden om Blake weer te zien.”
“Nee, Joey. Dat vind ik gemeen. Je weet dat Blake mijn zwakke punt is. En bovendien ga ik het nooit lang uithouden met hem. Dat weet jij dondersgoed! En dat weet Elvis helemaal dondersgoed!”
“Sorry.”

Er valt een langdurige stilte.
Of ik het risico wil nemen?

We kijken naar de sigaret die de filter begint te verwarmen.
De lange askegel breekt af.

Ik heb een borrel nodig.

PRIJSVRAAG
Welke bestsellerauteur lees je terug in dit verhaal?
De eerste met het goede antwoord wint natuurlijk een gesigneerd exemplaar van mijn debuutroman.
Doe eens gek! Doe een gok!
Je kunt ook op veilig spelen en mijn boek bestellen op voordekunst.
https://www.voordekunst.nl/projecten/5300-export-roman-1

Veul succes!

Image | Posted on by | Leave a comment

Subsidie vs. crowdfunding

Sommige mensen vinden het een vies woord. Ik vind dat helemaal niet. Althans, subsidie voor landbouw vind ik discutabel. Voor kunst en cultuur is mijn devies: Hoe meer hoe beter! Zo vielen de mannen van De Staat vorig jaar in de prijzen. Ik vond dat met afstand het beste nieuws van 2016.

Kunst en cultuur zijn altijd in ontwikkeling en ontwikkeling kost bloed, zweet, tranen en knaken. Creatieveling doen dat graag, hun lichaamsvocht ter beschikking stellen aan de kunst. Soms mag daar gerust wat tegenover staan. En als er een paar miljoen wordt besteed aan projecten waar geen haan naar kraait, dan vind ik dat helemaal geen schande. Volgende keer beter.

Aan de andere kant ben ik liberaal genoeg om het op eigen kracht te willen doen. En bovendien, ondernemen is ontzettend leuk. Vooral als je al eens een keer flink op je bek bent gegaan, want dan weet je hoe het werkt. Dan tel je mee.

Ik zal het maar eerlijk bekennen: Het publiceren van mijn debuutroman is niet gratis en ik heb de loterij nog steeds niet gewonnen.

Speciaal voor het type creatieveling van mijn kaliber, is er crowdfunding in het leven geroepen. Crowdfunding is (nog steeds) in de mode en het schijnt ook goed te werken om je netwerk te activeren.

Nog een paar dagen, en dan begin ik aan het meest spannende avontuur van m’n leven.

Aside | Posted on by | Leave a comment